Wat is er mooier dan het begin van de voorstelling?
Als het licht uitgaat en het geluid uit de zaal verstomt...
Als het gordijn opengaat of de spot aan...
Als een acteur opkomt...
Als verwachtingen ingelost worden...
Of juist niet...
Nou. Die vraag is niet moeilijk te beantwoorden.
Mooier dan het begin van de voorstelling zou de voorstelling zelf moeten zijn. Een goed begin is het halve werk, dat zeker, maar het begin van een voorstelling is natuurlijk een onderdeel van een geheel, en het zou toch jammer zijn als alleen het begin mooi is.
Het einde van de voorstelling is ook mooi. Als het goed is. Misschien wel mooier dan het begin, mooier dan de voorstelling als geheel. Maar dat is natuurlijk mede afhankelijk van de kwaliteit van de betreffende voorstelling. Bij een slechte voorstelling zal het publiek het einde al snel het mooiste moment van de avond vinden. Bij een betere voorstelling zal de acteur het einde weten te waarderen. Zeker als zijn spel op niveau, het publiek enthousiast en het applaus welgemeend en welverdiend was.
En wie ben ik om mooie momenten te beperken tot het theater? Er zijn zoveel dingen mooier te noemen dan welk onderdeel van een voorstelling dan ook. Ik hoef geen voorbeelden te geven, u zult vast zelf iets moois kunnen bedenken. Als u dat niet kunt, heeft u een probleem.
Maar u zult begrijpen dat ik mijn vraag retorisch bedoelde.
Het begin van de voorstelling. Mooi voor het publiek, mooi voor de acteur, mooi voor de schrijver van het toneelstuk. Wat verwacht het publiek, wat kunnen en mogen ze verwachten? En gaan de verwachtingen ingelost worden, of wordt het publiek verrast? En zo ja, hoe?
Dit zijn geen retorische vragen.
Dit zijn vragen die acteurs, regisseurs en schrijvers zich telkens opnieuw moeten stellen. Hoe krijg je de aandacht van het publiek, hoe bouw je spanning op, hoe hou je spanning vast? Wat is interessant om naar te kijken? Deze vragen zijn uiteraard voor de hele voorstelling relevant, maar vooral voor het begin. Een goed begin is het halve werk, en je kan maar een keer een eerste indruk maken. Die moet dan ook goed zijn.
Het publiek zit vol spanning klaar...
De zenuwen gieren door de keel van de acteur...
De schrijver en de regisseur weten dat. Ze gebruiken deze spanning en die zenuwen. De verwachtingen. En dan komt de tekst op papier, het beeld voor ogen. Het creatieve proces komt op gang. Er is een begin.
Wat is er mooier dan het begin van een creatief proces?
woensdag 30 mei 2007
zaterdag 26 mei 2007
stil en donker
Het is stil en donker.
Niet muisstil, mijn computer maakt geluid.
Wel donker. Maar dat komt omdat ik mijn ogen dicht heb. Gelukkig kan ik blind typen. Wat gaat er komen? Ik heb wel een idee, een verwachting. Maar niets is zeker. Het is afwachten.
Het is stil en donker.
Niet muisstil, er maakt altijd wel iemand een geluid. Wel donker. Ogen open of ogen dicht maakt niet veel uit. Wat gaat er komen? De toeschouwers hebben zo hun ideeën en verwachtingen. Maar niets is zeker. Het is afwachten.
In het begin is er geen geluid, geen licht.
Er is een blanco vel of scherm. Er is een publiek in afwachting. Dan komen de woorden, de klanken, het beeld. De acteurs. De voorstelling begint. De schrijver schrijft, de acteur acteert, de toeschouwers schouwen toe.
Hoe de woorden ook worden, de klanken ook klinken, het beeld ook beeldt, wat een voorstelling ook voorstelt... het begint allemaal bij het begin.
Het is stil en donker.
Niet muisstil, mijn computer maakt geluid.
Wel donker. Maar dat komt omdat ik mijn ogen dicht heb. Gelukkig kan ik blind typen. Wat gaat er komen? Ik heb wel een idee, een verwachting. Maar niets is zeker. Het is afwachten.
Het is stil en donker.
Niet muisstil, er maakt altijd wel iemand een geluid. Wel donker. Ogen open of ogen dicht maakt niet veel uit. Wat gaat er komen? De toeschouwers hebben zo hun ideeën en verwachtingen. Maar niets is zeker. Het is afwachten.
In het begin is er geen geluid, geen licht.
Er is een blanco vel of scherm. Er is een publiek in afwachting. Dan komen de woorden, de klanken, het beeld. De acteurs. De voorstelling begint. De schrijver schrijft, de acteur acteert, de toeschouwers schouwen toe.
Hoe de woorden ook worden, de klanken ook klinken, het beeld ook beeldt, wat een voorstelling ook voorstelt... het begint allemaal bij het begin.
Het is stil en donker.
donderdag 24 mei 2007
gewoon doen
'Gewoon doen'.
Met de nadruk op doen.
Gewoon doen met de nadruk op gewoon lukt me over het algemeen wel.
Ik doe meestal al gek genoeg.
Ik heb meer moeite met doen. Dat is voor mij niet zo gewoon.
'Niet denken maar doen.'
Met de nadruk op doen. Wederom.
Het is typisch iets wat ik altijd denk, maar nooit doe.
Daar schiet ik inderdaad niet veel mee op.
'Gewoon doen.'
'Niet denken maar doen.'
Het zijn goede adviezen.
Ik geef ze zelf ook vaak aan anderen.
Je hebt er alleen niet zoveel aan.
Als je makkelijk kon doen zonder te denken...
Dan zou je dat wel doen, denk ik.
Met de nadruk op doen.
Gewoon doen met de nadruk op gewoon lukt me over het algemeen wel.
Ik doe meestal al gek genoeg.
Ik heb meer moeite met doen. Dat is voor mij niet zo gewoon.
'Niet denken maar doen.'
Met de nadruk op doen. Wederom.
Het is typisch iets wat ik altijd denk, maar nooit doe.
Daar schiet ik inderdaad niet veel mee op.
'Gewoon doen.'
'Niet denken maar doen.'
Het zijn goede adviezen.
Ik geef ze zelf ook vaak aan anderen.
Je hebt er alleen niet zoveel aan.
Als je makkelijk kon doen zonder te denken...
Dan zou je dat wel doen, denk ik.
maandag 21 mei 2007
sander vos - liedje (als ze...)
Edel- of überkitsch.
Dat is de beste classificering van de cd 'Navelzien' (1997) van Sander Vos en de Waterlanders. Wellicht kent u het onvolprezen 'Pim Pam Pet', een kleine zomerhit in 1997, of de volgens mij enige andere single 'Marjon', waarin alle versregels rijmen op 'Marjon'. Sander Vos balanceert op de hele cd op het randje van kunst en kitsch, zowel op muzikaal als op tekstueel gebied. Wat dacht u van de volgende 'pareltjes':
Uit 'Pim Pam Pet':
Uit 'Marjon':
Tja. Sander Vos. Hoon is meestal zijn deel, ben ik bang. Maar ik vind het geweldig. Uiteraard onder het motto 'goed fout', maar toch: geweldig. Voor waarschijnlijk vooral mijn plezier nog enkele mooie vondsten:
Uit 'Bitterkoek':
Uit 'Fraai':
En, misschien wel de meest extreme kitsch, de eerste tekstregels van de cd, uit 'Minervaplein':
Maar er is meer tussen kunst en kitsch. Het liedje 'Liedje' hieronder is gewoon mooi. En in 'Zo moe' vraagt Sander Vos zich het volgende af:
Mocht u de 'Navelzien' trouwens ergens zien liggen (waarschijnlijk in de bak met rotzooi voor 1 euro): gewoon kopen. Plezier gegarandeerd!
Sander Vos en de Waterlanders - liedje (als ze...)
Als ze suft op d'r fietsje
Als ze suft op d'r fiets en ze veegt iedereen van straat
Onderweg naar de film
Onderweg naar de film die al weken niet meer draait
Als ze zegt dat ze gaat komen
Als ze zegt dat ze komt maar me niet vertelt hoe laat
Als ze belt vanuit haar bedje
Als ze belt en ze valt terwijl ik praat in slaap
Als ze zin heeft om te knijpen
Als ze knijpt en mijn arm ziet de week daarop nog blauw
Als ik mijn drankje op moet dweilen
Als ik dweil nadat zij mij weer eens leuk verrassen wou
Als ze danst in de storm
Als ze danst in de storm waar de hele stad voor schuilt
Als ze gaapt bij mijn liedje
Als ze gaapt bij mijn liedje waar de hele zaal om huilt
Als de nacht is gevallen
Als de nacht is gevallen en de muren komen dichterbij
En ze zoekt naar d'r liefje
En ze zoekt naar d'r liefje en ze vindt alleen maar mij
Als ze danst in de storm
Als ze danst in de storm waar de hele stad voor schuilt
Als ze gaapt bij mijn liedje
Als ze gaapt bij mijn liedje waar de hele zaal om huilt
Waar de hele zaal om huilt
Dat is de beste classificering van de cd 'Navelzien' (1997) van Sander Vos en de Waterlanders. Wellicht kent u het onvolprezen 'Pim Pam Pet', een kleine zomerhit in 1997, of de volgens mij enige andere single 'Marjon', waarin alle versregels rijmen op 'Marjon'. Sander Vos balanceert op de hele cd op het randje van kunst en kitsch, zowel op muzikaal als op tekstueel gebied. Wat dacht u van de volgende 'pareltjes':
Uit 'Pim Pam Pet':
We speelden Pim Pam Pet op de rand van je bed...
Je had fruit met een R en je zei radijsje
Dat was fout maar ik het rekende het goed
Want ik vond je het allergoddelijkste meisje
Dat ik ooit van m'n leven had ontmoet
Ik had een stad met een A en ik zei Eindhoven
Want ik had m'n hoofd er helemaal niet bij
Bovendien was je deken iets omlaag geschoven
En zag ik een stukje van je blote dij
Uit 'Marjon':
Je moeder ja dat loeder is bepaald geen non
Ze is constant zo zat als een kanon
En ze zwiert over straat met een bataljon
Van gewezen adjudanten uit West-Ceylon
En ze heeft nooit geweten waar ze aan begon
Maar ik ook niet, nee ik ook niet, Marjon.
Tja. Sander Vos. Hoon is meestal zijn deel, ben ik bang. Maar ik vind het geweldig. Uiteraard onder het motto 'goed fout', maar toch: geweldig. Voor waarschijnlijk vooral mijn plezier nog enkele mooie vondsten:
Uit 'Bitterkoek':
Ik hol zo snel ik kan naar huis
De koek moet op voordat-ie oud is
Je brief hangt boven het fornuis
Ik hoop dat-ie straks wat minder koud is
Je vindt me lief, o ja natuurlijk, maar dat vindt m'n moeder ook
Dat maakt het juist zo extra gruwelijk dat ik in je huwelijk stook
Bitter bitterkoek
Uit 'Fraai':
Links ligt de avond, rechts ligt de nacht
Voor je ligt het park waar je bankje op je wacht
Een kussentje van varens, een dekentje van trouw
De Trouw beschermt je beter dan de Volkskrant tegen kou
En, misschien wel de meest extreme kitsch, de eerste tekstregels van de cd, uit 'Minervaplein':
Ik ben in het heetst van de zomer op het Minervaplein geboren
Mijn moeder had haar onschuld en d'r maagdenvlies verloren
Mijn vader en zijn vrienden hadden een reuzenjoint genomen
En ze checkten de I Tjing op wat voor leven er moest komen
Je moest er wezen, je moest er zijn
Minervaplein
Maar er is meer tussen kunst en kitsch. Het liedje 'Liedje' hieronder is gewoon mooi. En in 'Zo moe' vraagt Sander Vos zich het volgende af:
Mijn buurvrouw belt de politie
want ik heb mijn vuilnis een uur te vroeg op straat gezet.
Had haar zoon zich ook verhangen
als ze net zo goed op hem als op haar buren had gelet?
Mocht u de 'Navelzien' trouwens ergens zien liggen (waarschijnlijk in de bak met rotzooi voor 1 euro): gewoon kopen. Plezier gegarandeerd!
Sander Vos en de Waterlanders - liedje (als ze...)
Als ze suft op d'r fietsje
Als ze suft op d'r fiets en ze veegt iedereen van straat
Onderweg naar de film
Onderweg naar de film die al weken niet meer draait
Als ze zegt dat ze gaat komen
Als ze zegt dat ze komt maar me niet vertelt hoe laat
Als ze belt vanuit haar bedje
Als ze belt en ze valt terwijl ik praat in slaap
Als ze zin heeft om te knijpen
Als ze knijpt en mijn arm ziet de week daarop nog blauw
Als ik mijn drankje op moet dweilen
Als ik dweil nadat zij mij weer eens leuk verrassen wou
Als ze danst in de storm
Als ze danst in de storm waar de hele stad voor schuilt
Als ze gaapt bij mijn liedje
Als ze gaapt bij mijn liedje waar de hele zaal om huilt
Als de nacht is gevallen
Als de nacht is gevallen en de muren komen dichterbij
En ze zoekt naar d'r liefje
En ze zoekt naar d'r liefje en ze vindt alleen maar mij
Als ze danst in de storm
Als ze danst in de storm waar de hele stad voor schuilt
Als ze gaapt bij mijn liedje
Als ze gaapt bij mijn liedje waar de hele zaal om huilt
Waar de hele zaal om huilt
donderdag 17 mei 2007
gebiedende naamwoorden
Nederlands is een vreemde taal.
Sommige woordsoorten, zoals werkwoorden en zelfstandige naamwoorden, leren we op school. Andere woordsoorten leren we niet. Dat is een groot gemis. Graag uw aandacht voor een onderbelichte en ondergewaardeerde woordsoort: het gebiedend naamwoord.
Gebiedende naamwoorden zijn woorden of woordcombinaties die, zoals de naam al doet vermoeden, gebieden. Met dansmarieke gebieden wij Marieke om te dansen, met hobbelpaard gebieden wij een paard om te hobbelen. Als u wilt dat Hannes slap gaat ouwehoeren, kunt u dit bereiken met het gebiedend naamwoord lulhannes.
Als u met uw gebiedend naamwoord daadwerkelijk resultaat wilt behalen, kunt u uw aansporing het beste richten tot personen: loopjongen, werkstudent, timmerman, melkboer, baarmoeder, rekenmeester, leernicht, zeikwijf, beschermheilige, kletsmajoor, smeerkees, beltoon enzovoorts. Maar wellicht luisteren ook dieren naar uw gebod: trekpaard, rendier, wandelpad, dekhengst, fokstier, steunbeer, knijpkat, knuffelbeest, drijfsijs, luistervink, schijtlijster.
Met de volgende aansporingen, hoe begrijpelijk ze misschien ook zijn, zult u waarschijnlijk minder resultaat behalen. U zult, ondanks uw aansporing tekenpotlood toch zelf de tekening moeten maken. Uw potlood luistert niet naar u, en kan al helemaal zelf geen actie ondernemen. Meer vruchteloze voorbeelden: kookwekker, snijtand, voetbalschoen, schuifdeur, zeilboot, botsauto, draagbaar, sluitspier, vliegtuig, stemvork, hoortoestel, schaakcomputer, koelkast, kookplaat, straalkachel, stuiterbal.
Het heeft misschien geen zin om bovenstaande gebiedende naamwoorden uit te spreken, maar ze zijn in ieder geval begrijpelijk. Het is logisch om te wensen dat je kachel straalt en je bal stuitert. Maar Nederlands is een vreemde taal. Wat voor zin heeft het om een fiets aan te sporen om te bakken (bakfiets) of een gans om te rotten (rotgans)? Andere onzinnige gebiedende naamwoorden: kruipruimte, verdwijntruc, borrelnootje, springkussen, spreekwoord, douchegordijn, gokmachine, wensput, stapelbed, klimrek, keerkring, draaicirkel, rommelmarkt.
U zult opgemerkt hebben dat alle tot nu toe genoemde gebiedende naamwoorden bestaan uit twee delen: het linkerdeel is een imperatief (in het enkelvoud), die gericht is aan de aangesprokene (het rechterdeel), een zelfstandig naamwoord. Dit is de meest voorkomende vorm, maar voor de volledigheid wil ik ook vermelden dat de imperatief ook uit een infinitief kan bestaan (ballenjongen, boerenmeid, schoppenvrouw, drinke(n)broer) en dat een aangesprokene ook kan ontbreken (weeskind). Overigens zijn gebiedende naamwoorden niet uniek voor het Nederlands. Een mooi Engelse voorbeeld is stopwatch.
Tot slot wil ik uw aandacht vestigen op samengestelde gebiedende naamwoorden, zoals kantjeboord. Een samengesteld gebiedend naamwoord, waarin de aangesprokene overigens ontbreekt, bestaat meestal uit een woordgroep van twee woorden: beschermde diersoorten, beklemtoonde lettergrepen, ontvoerde kinderen, verstoorde nachtrust, bepaalde wijs.
Uiteraard valt er meer te vertellen over deze intrigerende woordsoort. Voor nu wil ik het hier echter bij laten. Schenkt u in de toekomst alstublieft een beetje aandacht aan gebiedende naamwoorden. U heeft wat in te halen, en het gebiedend naamwoord verdient het.
Nederlands is een vreemde, maar mooie taal.
Sommige woordsoorten, zoals werkwoorden en zelfstandige naamwoorden, leren we op school. Andere woordsoorten leren we niet. Dat is een groot gemis. Graag uw aandacht voor een onderbelichte en ondergewaardeerde woordsoort: het gebiedend naamwoord.
Gebiedende naamwoorden zijn woorden of woordcombinaties die, zoals de naam al doet vermoeden, gebieden. Met dansmarieke gebieden wij Marieke om te dansen, met hobbelpaard gebieden wij een paard om te hobbelen. Als u wilt dat Hannes slap gaat ouwehoeren, kunt u dit bereiken met het gebiedend naamwoord lulhannes.
Als u met uw gebiedend naamwoord daadwerkelijk resultaat wilt behalen, kunt u uw aansporing het beste richten tot personen: loopjongen, werkstudent, timmerman, melkboer, baarmoeder, rekenmeester, leernicht, zeikwijf, beschermheilige, kletsmajoor, smeerkees, beltoon enzovoorts. Maar wellicht luisteren ook dieren naar uw gebod: trekpaard, rendier, wandelpad, dekhengst, fokstier, steunbeer, knijpkat, knuffelbeest, drijfsijs, luistervink, schijtlijster.
Met de volgende aansporingen, hoe begrijpelijk ze misschien ook zijn, zult u waarschijnlijk minder resultaat behalen. U zult, ondanks uw aansporing tekenpotlood toch zelf de tekening moeten maken. Uw potlood luistert niet naar u, en kan al helemaal zelf geen actie ondernemen. Meer vruchteloze voorbeelden: kookwekker, snijtand, voetbalschoen, schuifdeur, zeilboot, botsauto, draagbaar, sluitspier, vliegtuig, stemvork, hoortoestel, schaakcomputer, koelkast, kookplaat, straalkachel, stuiterbal.
Het heeft misschien geen zin om bovenstaande gebiedende naamwoorden uit te spreken, maar ze zijn in ieder geval begrijpelijk. Het is logisch om te wensen dat je kachel straalt en je bal stuitert. Maar Nederlands is een vreemde taal. Wat voor zin heeft het om een fiets aan te sporen om te bakken (bakfiets) of een gans om te rotten (rotgans)? Andere onzinnige gebiedende naamwoorden: kruipruimte, verdwijntruc, borrelnootje, springkussen, spreekwoord, douchegordijn, gokmachine, wensput, stapelbed, klimrek, keerkring, draaicirkel, rommelmarkt.
U zult opgemerkt hebben dat alle tot nu toe genoemde gebiedende naamwoorden bestaan uit twee delen: het linkerdeel is een imperatief (in het enkelvoud), die gericht is aan de aangesprokene (het rechterdeel), een zelfstandig naamwoord. Dit is de meest voorkomende vorm, maar voor de volledigheid wil ik ook vermelden dat de imperatief ook uit een infinitief kan bestaan (ballenjongen, boerenmeid, schoppenvrouw, drinke(n)broer) en dat een aangesprokene ook kan ontbreken (weeskind). Overigens zijn gebiedende naamwoorden niet uniek voor het Nederlands. Een mooi Engelse voorbeeld is stopwatch.
Tot slot wil ik uw aandacht vestigen op samengestelde gebiedende naamwoorden, zoals kantjeboord. Een samengesteld gebiedend naamwoord, waarin de aangesprokene overigens ontbreekt, bestaat meestal uit een woordgroep van twee woorden: beschermde diersoorten, beklemtoonde lettergrepen, ontvoerde kinderen, verstoorde nachtrust, bepaalde wijs.
Uiteraard valt er meer te vertellen over deze intrigerende woordsoort. Voor nu wil ik het hier echter bij laten. Schenkt u in de toekomst alstublieft een beetje aandacht aan gebiedende naamwoorden. U heeft wat in te halen, en het gebiedend naamwoord verdient het.
Nederlands is een vreemde, maar mooie taal.
maandag 14 mei 2007
motherfucker
Vorige week woensdag hebben wij ons toneelstuk opgevoerd: een eigen bewerking van 'De Asielzoeker' van Arnon Grunberg. Met gepaste trots kan ik zeggen dat de voorstelling een groot succes was. Voor de geïnteresseerden: op de site van Arnon Grunberg staat een korte recensie.
Je moet wel even zoeken: kijk onder Blogs onder de reacties op het bericht 'Basle', d.d. 11-05-2007. Maar dan heb je ook wat :-). Onder Oeuvre, Netherlands, De Asielzoeker worden we ook genoemd.
U zult begrijpen dat ik een gelukkig mens ben.
Christian Beck, hoofdpersoon in 'De Asielzoeker' (daar hebben we hem weer), schreef vroeger verhalen. Een van zijn verhalen, 'De kinderen van Yab Yum', wordt gepubliceerd. Enkele weken na publicatie wordt er een aanslag gepleegd op Yab Yum. Beck beschreef in zijn verhaal precies zo'n aanslag. De vraag is natuurlijk of Beck verantwoordelijk kan of moet worden gehouden voor de gepleegde aanslag.
Waar mag een schrijver verantwoordelijk voor worden gehouden? Hoeveel invloed heeft een schrijver met zijn verhalen op de werkelijkheid? Ik laat de vragen graag open, maar hieronder wellicht een gedeeltelijk antwoord.
Kurt Vonnegut (daar hebben we hem weer) gebruikt in zijn roman 'Slaughterhouse-Five' (1969) het woord 'motherfucker'. Foute boel! Conservatief Amerika viel over hem heen. Vonnegut beseft natuurlijk zelf maar al te goed waarom. In 'Timequake' (1997) schrijft hij:
Je moet wel even zoeken: kijk onder Blogs onder de reacties op het bericht 'Basle', d.d. 11-05-2007. Maar dan heb je ook wat :-). Onder Oeuvre, Netherlands, De Asielzoeker worden we ook genoemd.
U zult begrijpen dat ik een gelukkig mens ben.
Christian Beck, hoofdpersoon in 'De Asielzoeker' (daar hebben we hem weer), schreef vroeger verhalen. Een van zijn verhalen, 'De kinderen van Yab Yum', wordt gepubliceerd. Enkele weken na publicatie wordt er een aanslag gepleegd op Yab Yum. Beck beschreef in zijn verhaal precies zo'n aanslag. De vraag is natuurlijk of Beck verantwoordelijk kan of moet worden gehouden voor de gepleegde aanslag.
Waar mag een schrijver verantwoordelijk voor worden gehouden? Hoeveel invloed heeft een schrijver met zijn verhalen op de werkelijkheid? Ik laat de vragen graag open, maar hieronder wellicht een gedeeltelijk antwoord.
Kurt Vonnegut (daar hebben we hem weer) gebruikt in zijn roman 'Slaughterhouse-Five' (1969) het woord 'motherfucker'. Foute boel! Conservatief Amerika viel over hem heen. Vonnegut beseft natuurlijk zelf maar al te goed waarom. In 'Timequake' (1997) schrijft hij:
My novel 'Slaughterhouse-Five' was attacked back then for containing the word 'motherfucker'. In an early episode, somebody takes a shot at four American soldiers caught behind the German lines. One American snarls at another one, who, as I say, has never fucked anyone, "Get your head down, you dumb motherfucker." Ever since those words were published, mothers of sons have had to wear chastity belts while doing housework.
vrijdag 11 mei 2007
muziek in tijden van vertwijfeling
In tijden van vertwijfeling en besluiteloosheid wordt gezocht naar daadkracht en duidelijkheid.
Wees gerust: ik zal deze bewering niet onderbouwen met politieke voorbeelden, ik hou het liever wat dichter bij mezelf. Ik schreef vorige week al over een probleem dat mij vertwijfelt. Heel simpel gezegd komt het neer op de vraag of ik niet meer tijd en energie in theater en cabaret moet steken, en minder in werk en studie.
Besluiteloos ben ik ook nog steeds, maar misschien is dat niet zo'n probleem. Komt tijd komt raad, enzovoorts. Het besluiteloze gevoel is echter niet plezierig. Ik ben op zoek naar daadkracht en duidelijkheid. Ik stel mijzelf gerust met de gedachte dat ik niet de enige ben.
Daadkracht en duidelijkheid vind ik op dit moment niet bij mezelf. Ik merk dat ik het elders zoek. Ook in muziek. Een voorbeeld hiervan was 'Bloedbek' van de Raggende Manne. Het nummer staat op de cd 'Omschudden' (1997). Op dezelfde cd staat het volgende nummer:
Zwarte leegte
De zwarte leegte
valt als een loden plaat
zacht gesmolten, druipend, verstikkend
over alles - alles wat ik ooit wilde zeggen.
Ik ben alleen en ik ben bang.
Maakt u zich overigens geen zorgen. Het gaat goed met mij. De vertwijfeling en besluiteloosheid maken mij alleen noch bang. Ik voel echter wel een bepaald soort leegte. Geen inktzwarte duisternis gelukkig, slechts de leegte na een enerverende periode vol toneel, waarin ik met zes medestudenten keihard toegewerkt heb naar een prachtige voorstelling. De voorstelling afgelopen woensdag was een hoogtepunt, en na een dergelijk hoogtepunt voel je naast een groot gevoel van triomf je toch ook een beetje een 'animal triste'.
Daadkracht en duidelijkheid heb ik nog niet. Komt duidelijkheid na daadkracht of komt daadkracht pas na duidelijkheid? Ik denk het laatste, maar misschien heb ik het verkeerd. En het zal ongetwijfeld per geval verschillen. Het is als denken en doen: soms moet je eerst denken voordat je doet, soms kom je alleen maar verder als je stopt met denken en het gewoon doet. De kunst is om te weten wanneer je welke tactiek moet toepassen.
Voorlopig blijf ik nog even zoeken naar duidelijkheid. Die komt, daar ben ik van overtuigd. Ik voel de duidelijkheid heel goed als ik met toneel bezig ben. Dat moet ik niet vergeten. En ik merk dat ik de laatste tijd niet voor niets regelmatig naar de Raggende Manne luister: ik zoek de daadkracht, want ik weet heel goed wat ik niet wil (nogmaals van 'Omschudden'):
Sukkeldraf
Toe maar hoor...
Toe maar hoor!!
Toe maar hoor, sjok maar lekker door!
Afgesleten hakken, boterhammenzak
plakband, elastiekje, gat in me sok
een brievenbus vol rotzooi
afgeprijst, opgelapt
uitgekakt, afgetrapt
iedere dag hetzelfde.
Toe maar hoor, toe maar hoor!
Sjok maar lekker door.
Strompel jij maar op een sukkeldraf
naar je graf toe,
en doe het vooral rustig aan...
Wees gerust: ik zal deze bewering niet onderbouwen met politieke voorbeelden, ik hou het liever wat dichter bij mezelf. Ik schreef vorige week al over een probleem dat mij vertwijfelt. Heel simpel gezegd komt het neer op de vraag of ik niet meer tijd en energie in theater en cabaret moet steken, en minder in werk en studie.
Besluiteloos ben ik ook nog steeds, maar misschien is dat niet zo'n probleem. Komt tijd komt raad, enzovoorts. Het besluiteloze gevoel is echter niet plezierig. Ik ben op zoek naar daadkracht en duidelijkheid. Ik stel mijzelf gerust met de gedachte dat ik niet de enige ben.
Daadkracht en duidelijkheid vind ik op dit moment niet bij mezelf. Ik merk dat ik het elders zoek. Ook in muziek. Een voorbeeld hiervan was 'Bloedbek' van de Raggende Manne. Het nummer staat op de cd 'Omschudden' (1997). Op dezelfde cd staat het volgende nummer:
Zwarte leegte
De zwarte leegte
valt als een loden plaat
zacht gesmolten, druipend, verstikkend
over alles - alles wat ik ooit wilde zeggen.
Ik ben alleen en ik ben bang.
Maakt u zich overigens geen zorgen. Het gaat goed met mij. De vertwijfeling en besluiteloosheid maken mij alleen noch bang. Ik voel echter wel een bepaald soort leegte. Geen inktzwarte duisternis gelukkig, slechts de leegte na een enerverende periode vol toneel, waarin ik met zes medestudenten keihard toegewerkt heb naar een prachtige voorstelling. De voorstelling afgelopen woensdag was een hoogtepunt, en na een dergelijk hoogtepunt voel je naast een groot gevoel van triomf je toch ook een beetje een 'animal triste'.
Daadkracht en duidelijkheid heb ik nog niet. Komt duidelijkheid na daadkracht of komt daadkracht pas na duidelijkheid? Ik denk het laatste, maar misschien heb ik het verkeerd. En het zal ongetwijfeld per geval verschillen. Het is als denken en doen: soms moet je eerst denken voordat je doet, soms kom je alleen maar verder als je stopt met denken en het gewoon doet. De kunst is om te weten wanneer je welke tactiek moet toepassen.
Voorlopig blijf ik nog even zoeken naar duidelijkheid. Die komt, daar ben ik van overtuigd. Ik voel de duidelijkheid heel goed als ik met toneel bezig ben. Dat moet ik niet vergeten. En ik merk dat ik de laatste tijd niet voor niets regelmatig naar de Raggende Manne luister: ik zoek de daadkracht, want ik weet heel goed wat ik niet wil (nogmaals van 'Omschudden'):
Sukkeldraf
Toe maar hoor...
Toe maar hoor!!
Toe maar hoor, sjok maar lekker door!
Afgesleten hakken, boterhammenzak
plakband, elastiekje, gat in me sok
een brievenbus vol rotzooi
afgeprijst, opgelapt
uitgekakt, afgetrapt
iedere dag hetzelfde.
Toe maar hoor, toe maar hoor!
Sjok maar lekker door.
Strompel jij maar op een sukkeldraf
naar je graf toe,
en doe het vooral rustig aan...
maandag 7 mei 2007
bevrijdingspop, haarlem
Op een gratis festival lopen rare mensen rond.
Bejaarden.
Kinderen.
Mensen met een hond.
Bejaarden zijn niet erg. Die weten zich over het algemeen te gedragen. Ze doen over het algemeen niemand kwaad, zeker niet op een popfestival. Je kan met plezier naar ze kijken, en denken: zo wil ik er over vijftig jaar ook bijlopen. Ik denk meestal: zo wil ik er over vijftig jaar zeker niet bijlopen. Maar dit terzijde. Bejaarden zijn niet heel erg.
Honden zijn wel erg. Maar dat zijn ze altijd, niet alleen op popfestivals. Het is jammer dat hondenbezitters hun bezit meenemen naar een popfestival, maar ach, wie neemt nooit bezittingen mee als hij of zij het huis verlaat? Er valt zeker te discussiëren over welke bezittingen je meeneemt naar een festival. Ik zou persoonlijk nooit een hond meenemen. Maar ik heb makkelijk praten, ik heb geen hond. Met reden, overigens. Maar ik wil het niet over honden hebben. Honden zijn wel erg, maar het kan erger.
Kinderen.
Er zijn weinig dingen erger dan kinderen op een popfestival. En dan niet eens per se omdat kinderen zelf erg zijn. Ik laat mij wijselijk de bek niet openbreken over het al dan niet erg zijn van kinderen. Natuurlijk, kinderen maken lawaai en zijn vervelend, en zorgen daarmee voor heel veel ellende op de wereld in het algemeen en op een festival in het bijzonder. Maar dat geldt ook voor andere festivalbezoekers, zoals jongeren, dronkenlappen en de artiesten zelf. Merk overigens op dat artiesten vaak ook onder de andere twee categorieën geschaard kunnen worden. Nee, de ergheid van kinderen op een festival is voor een flink deel gelegen in de ellende voor de kinderen zelf. Kinderen horen niet op een festival thuis.
Waarom denken kinderbezitters niet op een verantwoorde manier na over de vraag welke bezittingen ze meenemen naar een festival? Laat zo'n kind toch thuis! Dan hoef je niet over het festivalterrein te lopen met in de ene hand een biertje en aan de andere een kind. Dan hoef je niet achter de kinderwagen staan swingen terwijl je uit alle macht probeert om je bezit te negeren dat in de kinderwagen huilend haar kleine vingertjes in haar kleine oortjes probeert te stoppen en ondertussen schreeuwt: mama, ik wil naar huis, mijn oren doen zo'n pijn!
Doe jezelf en anderen een plezier.
Neem geen kinderen mee naar een festival. Doe het niet. Neem desnoods een hond mee, maar geen kinderen. Kom over veertig jaar nog eens terug als bejaarde. Dat mag. Dat is niet erg. Kom later nog eens terug. En neem dan gerust je kind mee. Geen probleem.
Maar laat je kleinkinderen thuis.
Bejaarden.
Kinderen.
Mensen met een hond.
Bejaarden zijn niet erg. Die weten zich over het algemeen te gedragen. Ze doen over het algemeen niemand kwaad, zeker niet op een popfestival. Je kan met plezier naar ze kijken, en denken: zo wil ik er over vijftig jaar ook bijlopen. Ik denk meestal: zo wil ik er over vijftig jaar zeker niet bijlopen. Maar dit terzijde. Bejaarden zijn niet heel erg.
Honden zijn wel erg. Maar dat zijn ze altijd, niet alleen op popfestivals. Het is jammer dat hondenbezitters hun bezit meenemen naar een popfestival, maar ach, wie neemt nooit bezittingen mee als hij of zij het huis verlaat? Er valt zeker te discussiëren over welke bezittingen je meeneemt naar een festival. Ik zou persoonlijk nooit een hond meenemen. Maar ik heb makkelijk praten, ik heb geen hond. Met reden, overigens. Maar ik wil het niet over honden hebben. Honden zijn wel erg, maar het kan erger.
Kinderen.
Er zijn weinig dingen erger dan kinderen op een popfestival. En dan niet eens per se omdat kinderen zelf erg zijn. Ik laat mij wijselijk de bek niet openbreken over het al dan niet erg zijn van kinderen. Natuurlijk, kinderen maken lawaai en zijn vervelend, en zorgen daarmee voor heel veel ellende op de wereld in het algemeen en op een festival in het bijzonder. Maar dat geldt ook voor andere festivalbezoekers, zoals jongeren, dronkenlappen en de artiesten zelf. Merk overigens op dat artiesten vaak ook onder de andere twee categorieën geschaard kunnen worden. Nee, de ergheid van kinderen op een festival is voor een flink deel gelegen in de ellende voor de kinderen zelf. Kinderen horen niet op een festival thuis.
Waarom denken kinderbezitters niet op een verantwoorde manier na over de vraag welke bezittingen ze meenemen naar een festival? Laat zo'n kind toch thuis! Dan hoef je niet over het festivalterrein te lopen met in de ene hand een biertje en aan de andere een kind. Dan hoef je niet achter de kinderwagen staan swingen terwijl je uit alle macht probeert om je bezit te negeren dat in de kinderwagen huilend haar kleine vingertjes in haar kleine oortjes probeert te stoppen en ondertussen schreeuwt: mama, ik wil naar huis, mijn oren doen zo'n pijn!
Doe jezelf en anderen een plezier.
Neem geen kinderen mee naar een festival. Doe het niet. Neem desnoods een hond mee, maar geen kinderen. Kom over veertig jaar nog eens terug als bejaarde. Dat mag. Dat is niet erg. Kom later nog eens terug. En neem dan gerust je kind mee. Geen probleem.
Maar laat je kleinkinderen thuis.
donderdag 3 mei 2007
de grootste fout die je kan maken
Af en toe, als ik op mijn werk zit, denk ik dat ik toch iets anders moet gaan doen. Het is niet vervelend op mijn werk. Zeker niet. Ik vind mijn werk over het algemeen niet naar of saai, ik heb leuke collega's, ik heb een fijne baas die mij en mijn werk waardeert. Ik verdien goed. Maar meer niet. Ik word niet heel enthousiast of vrolijk van mijn werk. Ik word niet uitgedaagd op mijn werk. Ik kan er mijn creativiteit niet in kwijt.
Mijn creativiteit kan ik wel kwijt op een toneel. In cabaret. In het schrijven en regisseren van een toneelstuk. Daar word ik enthousiast en vrolijk van. Daar ligt een uitdaging. Misschien moet ik daar meer tijd aan besteden. Maar het levert natuurlijk geen geld op.
Het is een ongetwijfeld voor velen herkenbare keuze tussen doen wat je leuk vindt en doen waar je geld mee verdient. Tussen je hart en je verstand volgen. Tussen spanning en veiligheid. Ik hou mezelf vaak voor dat ik helemaal geen keuze hoef te maken. Ik kan toch lekker werken en in mijn vrije tijd aan cabaret of theater doen? Het is toch een mooie hobby?
Misschien wil ik het meer laten zijn dan een hobby, misschien ook niet. Ik weet het niet. Ik denk altijd maar dat het op een gegeven moment vanzelf wel duidelijk wordt. Dat ik automatisch merk hoe belangrijk het toneel voor mij is. Of het een passie is waar ik voor wil of moet kiezen, of niet. Daar kom ik toch vanzelf wel een keer achter?
Ik wacht nog steeds op de dag dat het duidelijk wordt. In redelijke kalmte. Maar af en toe kriebelt het. Jeukt het. Bekruipt me het gevoel dat ik niet goed bezig ben. Dat ik niet moet afwachten, maar dat ik zelf een keuze moet maken. Nu. Op die momenten ben ik bang dat Bob Fosko van De Raggende Manne gelijk heeft. En dat ik het risico maar moet nemen om uitgelachen te worden.
Bloedbek
De grootste fout die je kan maken
is rust en vertrouwen
dat het toch wel komt
dat het goed gaat
dat je niets hoeft te forceren.
Dat is een grote fout
want wat je nodig hebt
is verzet
gemodder
geknoei
en gezoek
balanceren en uitglijen
op je bek
op je smoel
op je platte smoel
op je bloedbek.
Ze zullen je uitlachen.
Hahaha!
Mijn creativiteit kan ik wel kwijt op een toneel. In cabaret. In het schrijven en regisseren van een toneelstuk. Daar word ik enthousiast en vrolijk van. Daar ligt een uitdaging. Misschien moet ik daar meer tijd aan besteden. Maar het levert natuurlijk geen geld op.
Het is een ongetwijfeld voor velen herkenbare keuze tussen doen wat je leuk vindt en doen waar je geld mee verdient. Tussen je hart en je verstand volgen. Tussen spanning en veiligheid. Ik hou mezelf vaak voor dat ik helemaal geen keuze hoef te maken. Ik kan toch lekker werken en in mijn vrije tijd aan cabaret of theater doen? Het is toch een mooie hobby?
Misschien wil ik het meer laten zijn dan een hobby, misschien ook niet. Ik weet het niet. Ik denk altijd maar dat het op een gegeven moment vanzelf wel duidelijk wordt. Dat ik automatisch merk hoe belangrijk het toneel voor mij is. Of het een passie is waar ik voor wil of moet kiezen, of niet. Daar kom ik toch vanzelf wel een keer achter?
Ik wacht nog steeds op de dag dat het duidelijk wordt. In redelijke kalmte. Maar af en toe kriebelt het. Jeukt het. Bekruipt me het gevoel dat ik niet goed bezig ben. Dat ik niet moet afwachten, maar dat ik zelf een keuze moet maken. Nu. Op die momenten ben ik bang dat Bob Fosko van De Raggende Manne gelijk heeft. En dat ik het risico maar moet nemen om uitgelachen te worden.
Bloedbek
De grootste fout die je kan maken
is rust en vertrouwen
dat het toch wel komt
dat het goed gaat
dat je niets hoeft te forceren.
Dat is een grote fout
want wat je nodig hebt
is verzet
gemodder
geknoei
en gezoek
balanceren en uitglijen
op je bek
op je smoel
op je platte smoel
op je bloedbek.
Ze zullen je uitlachen.
Hahaha!
Abonneren op:
Posts (Atom)