donderdag 17 mei 2007

gebiedende naamwoorden

Nederlands is een vreemde taal.

Sommige woordsoorten, zoals werkwoorden en zelfstandige naamwoorden, leren we op school. Andere woordsoorten leren we niet. Dat is een groot gemis. Graag uw aandacht voor een onderbelichte en ondergewaardeerde woordsoort: het gebiedend naamwoord.

Gebiedende naamwoorden zijn woorden of woordcombinaties die, zoals de naam al doet vermoeden, gebieden. Met dansmarieke gebieden wij Marieke om te dansen, met hobbelpaard gebieden wij een paard om te hobbelen. Als u wilt dat Hannes slap gaat ouwehoeren, kunt u dit bereiken met het gebiedend naamwoord lulhannes.

Als u met uw gebiedend naamwoord daadwerkelijk resultaat wilt behalen, kunt u uw aansporing het beste richten tot personen: loopjongen, werkstudent, timmerman, melkboer, baarmoeder, rekenmeester, leernicht, zeikwijf, beschermheilige, kletsmajoor, smeerkees, beltoon enzovoorts. Maar wellicht luisteren ook dieren naar uw gebod: trekpaard, rendier, wandelpad, dekhengst, fokstier, steunbeer, knijpkat, knuffelbeest, drijfsijs, luistervink, schijtlijster.

Met de volgende aansporingen, hoe begrijpelijk ze misschien ook zijn, zult u waarschijnlijk minder resultaat behalen. U zult, ondanks uw aansporing tekenpotlood toch zelf de tekening moeten maken. Uw potlood luistert niet naar u, en kan al helemaal zelf geen actie ondernemen. Meer vruchteloze voorbeelden: kookwekker, snijtand, voetbalschoen, schuifdeur, zeilboot, botsauto, draagbaar, sluitspier, vliegtuig, stemvork, hoortoestel, schaakcomputer, koelkast, kookplaat, straalkachel, stuiterbal.

Het heeft misschien geen zin om bovenstaande gebiedende naamwoorden uit te spreken, maar ze zijn in ieder geval begrijpelijk. Het is logisch om te wensen dat je kachel straalt en je bal stuitert. Maar Nederlands is een vreemde taal. Wat voor zin heeft het om een fiets aan te sporen om te bakken (bakfiets) of een gans om te rotten (rotgans)? Andere onzinnige gebiedende naamwoorden: kruipruimte, verdwijntruc, borrelnootje, springkussen, spreekwoord, douchegordijn, gokmachine, wensput, stapelbed, klimrek, keerkring, draaicirkel, rommelmarkt.

U zult opgemerkt hebben dat alle tot nu toe genoemde gebiedende naamwoorden bestaan uit twee delen: het linkerdeel is een imperatief (in het enkelvoud), die gericht is aan de aangesprokene (het rechterdeel), een zelfstandig naamwoord. Dit is de meest voorkomende vorm, maar voor de volledigheid wil ik ook vermelden dat de imperatief ook uit een infinitief kan bestaan (ballenjongen, boerenmeid, schoppenvrouw, drinke(n)broer) en dat een aangesprokene ook kan ontbreken (weeskind). Overigens zijn gebiedende naamwoorden niet uniek voor het Nederlands. Een mooi Engelse voorbeeld is stopwatch.

Tot slot wil ik uw aandacht vestigen op samengestelde gebiedende naamwoorden, zoals kantjeboord. Een samengesteld gebiedend naamwoord, waarin de aangesprokene overigens ontbreekt, bestaat meestal uit een woordgroep van twee woorden: beschermde diersoorten, beklemtoonde lettergrepen, ontvoerde kinderen, verstoorde nachtrust, bepaalde wijs.

Uiteraard valt er meer te vertellen over deze intrigerende woordsoort. Voor nu wil ik het hier echter bij laten. Schenkt u in de toekomst alstublieft een beetje aandacht aan gebiedende naamwoorden. U heeft wat in te halen, en het gebiedend naamwoord verdient het.

Nederlands is een vreemde, maar mooie taal.

Geen opmerkingen: