vrijdag 14 december 2007

geen nieuws geen goed nieuws

Ik zonder me af.

Ik kom niet meer buiten. Ik spreek niemand. Ik luister geen radio, kijk geen televisie. De wereld draait ongetwijfeld door, maar ik heb er geen oog voor. Mijn hoofd hangt, ik staar naar mijn navel, ik degenereer en ik vegeteer.

Ik schrijf mijn scriptie.

Het goede nieuws is dat ik over tien dagen mijn eerste versie inlever.
De rest is slecht nieuws.

Tot zover dit bericht. Ik ben lang stil geweest.
Geen nieuws is niet altijd goed nieuws, dat moge duidelijk zijn.

vrijdag 30 november 2007

de maand loopt ten einde

Het is maar dat u het weet.

Nog een paar uur, en dan is het december.
Nog maar een week, dan is Sinterklaas alweer vertrokken. Nog maar een maand, dan is het jaar voorbij. Het is maar dat u het weet. Het gaat snel, de tijd, tegenwoordig. Of ik in het algemeen bedoel of in mijn specifieke geval weet ik niet. Er is wel meer dat ik niet weet. Ach, die tijd. Dringen doet hij. Over ruim drie weken lever ik de eerste versie van mijn scriptie in. Over drie maanden ben ik afgestudeerd. Mijn studietijd loopt ten einde.

En dan... ik weet het niet precies. Maar er is wel meer dat ik niet weet. Dat maakt niet uit. Sommige dingen weet ik wel. Ik zal blij zijn als ik afgestudeerd ben. Tijd voor nieuwe dingen. Tijd om te trouwen!

De maand en mijn studietijd lopen ten einde. Andere dingen staan op het punt om te beginnen. Zo hoort het ook. Angst voor het onbekende is mij niet vreemd, maar ik ben met bepaalde angsten en onbekendheden inmiddels zo bekend, dat ik de toekomst met vertrouwen tegemoet zie. Ondanks dat ik een heleboel niet weet. Misschien wel juist omdat ik een heleboel niet weet - maar ik weet niet of dat een vrolijke gedachte is. Niet dat alle gedachten altijd vrolijk moeten zijn, ik moet er niet aan denken. Maar dit terzijde. Over een paar uurtjes begint december. Over een maand begint 2008. December wordt een mooie maand, 2008 wordt een mooi jaar.

Het is maar dat u het weet.

woensdag 21 november 2007

italiaanse onderwereld

In de NRC Next van vandaag staat een kort berichtje over een grot.

Niet zomaar een grot: het is de grot waar volgens de legende een wolf de tweeling Romulus en Remus zoogde. Het is me wat. Ik weet niet veel van legendes, en ook niet veel over Rome, maar het zal wel een bijzondere grot zijn. Onder het door Augustinus gebouwde paleis op de Palatijn. Prachtig. Een bijzondere grot.

De grot, die op zestien meter diepte ligt, is onderzocht met een camera aan een sonde. In het bericht staat een korte beschrijving van de bevindingen. Ik citeer:

Het gaat om een ruimte van negen meter hoog met een diameter van 7,5 meter. De grot is deels nog natuurlijk en deels versierd met geometrische patronen in mozaïek en in marmer. Niemand is nog in de grot geweest.

U vraagt zich natuurlijk met mij af hoe de versieringen in de grot komen.
Het is voorwaar een bijzondere grot.

vrijdag 16 november 2007

onder- en bovenwereld

Sinds een maand lijken politici alleen maar te kunnen praten over de verwevenheid tussen onder- en bovenwereld. Het kan ook pas sinds twee weken zijn trouwens, of één week, maar het lijkt wel een maand. Dat heb je met saaie dingen.

De verwevenheid van onder- en bovenwereld is volgens onze politici geen goede zaak. Zij zien liever geen criminele vastgoedbaronnen en witwassende Yab-Yumbezoekers. En al helemaal geen criminele witwassende vastgoedbaronnen in Yab Yum. De onderwereld moet strikt gescheiden blijven van de bovenwereld. Vroeger was er duidelijk een kloof: boeven waren ongure types met bivakmutsen en ongeschoren kinnen, die vanonder hele zware wenkbrauwen vuig de wereld inkeken, waarin gladgeschoren burgers een nette gleufhoed droegen en elkaar beleefd groetend op straat passeerden.

Vroeger was niet alles beter, maar wel overzichtelijker.

Wees niet bang: ik ga hier geen hele verhandeling houden over hoe vroeger de voorkeur verdient boven nu, beter boven slecht, overzichtelijk boven onduidelijk of boven- boven onderwereld. Ook zal ik geen compromitterende bekentenissen doen. Ik ben geen crimineel, bezit geen vastgoed, hoef geen geld wit te wassen en ben geen bezoeker van Yab Yum. En ik denk er al helemaal niet over na om politicus te worden.

Ik wil slechts één kleine opmerking maken: dat de politici de enige kloof die in Nederland wél met succes gedicht wordt, weer in ere willen herstellen.

Volgens mij zijn ze jaloers.

dinsdag 30 oktober 2007

last in leiden

Ik heb al een week of drie last. Waarvan weet ik niet precies, maar ik voel me niet 100%. Misschien een beetje grieperig, misschien een beetje oververmoeid, misschien een beetje weet ik veel wat. Ik heb het snel koud, ben snel moe, heb hoofdpijn. U kent het wel.

Ik eigenlijk niet.

Eigenlijk ben ik nooit ziek. Of ben ik het nooit geweest. Als kind uiteraard wel, maar daarna? Tot de laatste jaren. Af en toe verkouden, een griepje. Het zal het studentenleven zijn. Of de leeftijd. Ook mijn leeftijd komt kennelijk al met de gebreken.

Goed. Of niet goed: een beetje krakkemikkig dus. En nergens zin in. Geen zin om te lezen, zeker geen zin om te studeren, geen zin om iets nuttigs te doen. En dat leidt tot trieste taferelen: ik zit in een luie stoel, vlak naast de verwarming. Warme laptop op schoot, twee longsleeves en een trui aan. De televisie staat op voetbal afgestemd, Roda JC tegen De Graafschap. Ik zei u al dat het tafereel triest was. Op de achtergrond staat Faith van George Michael op. Geen puf om iets anders op te zetten.

Ik heb last. Waarvan weet ik niet, of beter gezegd: waarvan niet?

zondag 28 oktober 2007

educatieve doeleinden

De pedofielenvereniging Martijn, waarvan ik mij uiteraard op allerlei mogelijke manieren (behalve een naamswijziging) distantieer, mag geen foto van prinses Amalia op haar site plaatsen.

Het argument: foto's van leden van het Koninklijk Huis mogen alleen voor educatieve doeleinden gebruikt worden.

Ik zou zeggen: breng de vereniging Martijn toch niet op ideeën!

maandag 22 oktober 2007

trots op frankrijk

Trots op Nederland? Gezien mijn vorige blogje zou het raar zijn als ik nu zou beweren dat ik trots was op ons baggerland. Misschien zou ik trots kunnen zijn op Nederland als er geen Rita's Verdonk en Geerten Wilders rondbanjerden. Maar verder zit ik prima hier hoor.

En waar zou je anders heen kunnen? Met 'België' van Het Goede Doel in het achterhoofd ga ik wat landen langs. Misschien is Polen een optie, als die tweede tweelingbroer (de president) ook oprot. Maar wat moet je in een land waar de twee grootste politieke partijen Pis en Po heten?

Zou er in Cuba veel veranderen als Fidel straks dood is? Ongetwijfeld, maar of het ten goede zal zijn? Chili en alle andere Zuid-Amerikaanse landen lijken me sowieso geweldige no-go-areas. Noord-Amerika trouwens ook, ik heb het niet zo op dat land. Ach, ik kan alle landen in het liedje wel afgaan, maar dat schiet niet op. En over België twijfel ik al helemaal geen moment, dat is enger dan Duitsland, Rusland, China en alle mogelijke Amerika's bij elkaar.

Over Frankrijk twijfelde ik overigens ook niet, maar een land met een leider die vindt dat zijn landgenoten trots moeten zijn op een briefje dat zonder problemen als propaganda voor zelfmoordterroristen kan dienen, kan niet veel soeps zijn. Dan hebben we het in Nederland zo slecht nog niet. Jammer van Rita Verdonk en Geert Wilders, dat zeker.

Maar vooral jammer van Henk Westbroek.

dinsdag 16 oktober 2007

bagger

Een museumjaarkaart biedt zo zijn voordelen.

Je mag meer musea in dan je ooit zou willen, en je leert via het museumkaartmagazine meer musea kennen dan je wel zou willen. In het oktober-decembernummer (voor de geïnteresserden: nummer 22) van dit jaar (voor de geïnteresseerden: 2007) lees ik over een museum dat uniek is in de wereld. Het is een Nederlands museum, gevestigd in Sliedrecht. Het heet het Nationaal Baggermuseum.

De openingzin van het artikel (met de titel: 'Waarom wij wereldleider zijn in baggeren') in het onvolprezen museumkaartmagazine luidt als volgt: 'Wat verwacht je nou van een... baggermuseum?'

Goeie vraag.

Dat vroeg ik me inderdaad al af. mijn antwoord: bagger.
Verder niets.

En dat is natuurlijk jammer, want daarmee lijkt het Nationaal Baggermuseum op het gros van de musea in Nederland. Bagger alom.

En ook dat is jammer, want daarmee lijken onze musea op ongeveer alles wat er over ons aan cultuur wordt uitgestort. Onze televisiezenders? Bagger. Onze radiostations? Bagger. 'De Nederlandse film'? Bagger. Onze toneelstukken? Ooit de Gysbreght van Aemstel van Vondel gelezen? Wat een bagger!

Als er onophoudelijk stinkende stromen bagger over je hoofd wordt uitgestort, word je vanzelf wereldleider in baggeren.

Luctor et emergo.

zaterdag 6 oktober 2007

hugo handelig

Al anderhalve week geen blog, en zowaar een geldig excuus: ik ben zeer hard en gemotiveerd aan mijn scriptie bezig! Vandaag het eerste hoofdstuk ingeleverd, over twee weken volgt het tweede. De wonderen zijn de wereld wellicht nog niet uit.

Deze week viel er een geboortekaartje in onze brievenbus. Niet op onze mat, wij wonen in een flat. De boreling (heet dat zo? wat een woord!) heet Hugo. Zijn achternaam zal ik uit privacy-overwegingen niet vermelden. Hugo. Zou een mooie naam zijn voor een eventuele zoon van Wouter Bos. Of van iemand anders met die achternaam. Ik moest denken aan een oud-collega van me, met de achternaam Mes. Zijn voornaam zal ik uit privacy-overwegingen niet vermelden. De namen van zijn kinderen weet ik niet (meer), misschien had hij wel een zoon Hugo. Hij had in ieder geval geen dochter die Vlinder heet. Of een zoon Stanley. Jammer. Isa Hoes en Antonie Kamerling hebben een dochter die Vlinder heet. Ook weer jammer. Een zoon Onnes (met achternaam van de vader) zou leuker geweest zijn.

Ach, namen. Ik bladerde ergens in de afgelopen week door een hoop vacatures. Niet omdat ik op zoek was, maar omdat ik een krant las. Er is momenteel veel vraag naar commercieel talent. Ik ben geen commercieel talent. Ik vraag me af waarom we in plaats van 'commercieel' niet het woord 'handelig' gebruiken. Roept (in ieder geval bij mij) dezelfde associaties op, en klinkt lekker Hollands.

U zult het gemerkt hebben: weinig samenhang in dit bericht. Iets met een hak en een tak. Het spijt mij. Kennelijk heb ik al mijn samenhang nodig voor mijn scriptie. Als het goed is, hangen over ruim drie maanden weer meer dingen samen. Ik hou u op de hoogte.

woensdag 26 september 2007

voorprogrammadrummer

Een optreden van de Tragically Hip is een belevenis.
Elke keer weer.

Gisteren stonden The Hip in Paradiso. Vandaag trouwens ook, maar vandaag ben ik er niet bij. Gisteren wel. Het was briljant. Zoals het al vaker briljant was. Zanger Gordon Downie had het weer eens flink op zijn heupen. Ik neem aan dat hij drugs gebruikt, anders kan ik niet verklaren hoe hij een maniakale set van anderhalf uur anderhalf uur lang maniakaal houdt. Maar misschien is hij er ontzettend goed in om zijn adrenalinepeil zonder hulpmiddelen tot ongekende hoogte op te schroeven. Wie weet. Er zijn ook wielrenners die beweren dat hun spiegels van nature hoog zijn. Het zal wel. Ik gok toch op drugs. Zowel bij de wielrenners als bij Gordon Downie.

Maar dit terzijde.

In het voorprogramma stond gisteren een Nederlands bandje, The Junes. Leuk bandje, weinig mis mee, weinig goeds mee. Eén toetsenist, die ik niet goed kon zien omdat hij helemaal rechts op het podium stond, drie jongens met gitaren in hun handen, tamelijk nietszeggend, hoewel een van hen toch de zanger was, en een drummer. Het gaat mij, dames en heren, om de drummer.

De drummer van The Junes is een tamelijk gezette jongen, die mij deed denken aan het jongetje in de videoclip van 'Shenkie' (van de Jeugd van Tegenwoordig). Beter kan ik hem niet typeren, en dat hoeft volgens mij ook niet. Als u de clip van Shenkie kent, weet u genoeg. Als u de clip van Shenkie niet kent... ach, dan weet u waarschijnlijk niet genoeg, maar een dergelijk gebrek aan kennis is tegenwoordig snel opgelost.

De drummer leek tijdens het voorprogramma op zijn eigen planeet te zitten, in zijn eigen hoofd. Of in zijn eigen kamertje. Hij leek mee te drummen met de muziek, maar er verder niets mee te maken te hebben. Het had mij niet verbaasd als hij een koptelefoon op zijn hoofd had gehad, maar dat had hij niet. Hij zat op zijn krukje en hanteerde de drumstokjes. Zeer geconcentreerd. Af en toe beet hij op zijn lip, af en toe fronste hij. Af en toe keek hij naar de andere jongens in de band, op zoek naar bevestiging. Ze negeerden hem. Bij een incidentele solo kwam er een glimlachje op zijn gezicht. Naarmate het voorprogramma vorderde, pakte hij af en toe een handdoek en veegde er zijn gezicht mee af. Twee keer nam hij een slokje water. Daarna drumde hij geconcentreerd verder. Tot hij klaar was.

Gordon Downie van de Tragically Hip en de drummer van The Junes. Een wereld van verschil. Of een heleboel werelden van verschil. Maar allebei een genot om naar te kijken.

woensdag 19 september 2007

mijn rol

In de NRC Next van maandag staat een interessant interview met Dirk Roofthooft, de Vlaamse acteur die vorige week de Louis d'Or kreeg voor zijn rol in Tom Lanoyes Mefisto for ever. Ik kende de goede man niet totdat ik vorige week zijn naam hoorde. Ik moest meteen denken aan een rovershoofdman met een woeste haardos. Rood uiteraard. In het artikel lees ik echter dat Roofthooft een breed, rond hoofd heeft met een kaalgeschoren schedel. De wazige portretfoto in de krant, waarop Roofthooft weliswaar een schedel heeft, maar geen volledig kaalgeschoren, doet mij vermoeden dat zijn haarkleur niet rood is.
Toch jammer.

Roofthooft zegt in het interview dat hij pas echt zichzelf kan zijn als hij een rol speelt. Volgens hem herkent elke acteur dat. Hij zegt verder in het artikel dat hij, als hij een rol speelt, nergens anders aan kan denken. Hij slaapt dan niet thuis bij zijn vrouw, maar in hotels. Om maar niet afgeleid te hoeven worden. Hij vermijdt vakantiehotels, hij houdt van onopvallende hotels voor handelsreizigers.

Tsja.

Natuurlijk wel zeer verantwoord voor een toneelspeler, een hotel voor handelsreizigers. Maar alleen jezelf zijn als je een toneelrol speelt? Ik kan begrijpen dat iemand zegt dat hij zich helemaal kan laten gaan in een rol, dat hij zich helemaal in z'n element voelt. Maar ik mag toch hopen dat het niet zo is dat wanneer hij géén rol speelt, hij zichzelf niet is. Moeten we dan concluderen dat Roofthooft niet zichzelf is als hij thuis bij zijn vrouw op de bank zit of in bed ligt? Met wie is zijn vrouw dan wel getrouwd?

Natuurlijk is het prettig als je jezelf helemaal kan geven voor een toneelrol. Waarschijnlijk is dat ook nodig om een topacteur te worden. Je rol komt op de eerste plaats, daar steek je al je energie in, dat is je leven. De rest, inclusief je vrouw, komt op de tweede plaats. Op grote afstand. Maar je moet het maar kunnen. En willen.

Ik kan dat niet en wil dat niet. Niet dat ik de ambitie heb om acteur te worden, maar het principe gaat op voor veel meer dingen. Er zijn mensen die hun werk op de eerste plaats zetten, en de rest verwaarlozen. Wetenschappers hebben er een handje van. Maar ook politici, topsporters en anderen die ergens een top willen bereiken. Het komt er altijd op neer dat je er veel voor over moet hebben.

Ik heb dat niet.
Waarschijnlijk zal ik nooit een top bereiken.

Dan maar niet. Ik neem genoegen met minder - als het minder is. Ik wil niet alleen mezelf zijn als ik een specifieke rol speel. Van acteur, wetenschapper, of werknemer. Ik hoop dat ik ook mezelf ben als ik geen rol speel. Als ik gewoon thuis op de bank zit, met mijn vriendin of mijn vrienden. In mijn leven spelen de mensen die mij na zijn, die dichtbij mij staan, altijd een belangrijke, zo niet de belangrijkste rol. Ik hoop dat ik altijd mensen om mij heen zal hebben.

Nu ik het zo verwoord, en er over nadenk, kom ik tot de conclusie dat ik toch ook misschien pas echt mezelf ben als ik een rol speel. Maar dan wel een rol in de levens van de mensen om mij heen.

dinsdag 18 september 2007

geen tijd, druk...

Geen tijd.
Geen tijd om af te spreken.
Geen tijd om aan mijn scriptie te werken.
Geen tijd om een kaartje te sturen.
Geen tijd om een blogje te schrijven.
Geen tijd om schoon te maken.

Druk.
Druk met werk en studie.
Druk met een blogje schrijven.
Druk in mijn hoofd.
Druk met me vervelen.
Druk met van alles.

Geen zin.
Geen zin.
Geen zin.
Geen zin.
Geen zin.
Geen zin.

Er is altijd wel ergens geen tijd voor.
Er is altijd wel het excuus dat je het druk hebt.
Er is meestal iets anders aan de hand.

zaterdag 15 september 2007

seks met je dochter is goed

De titel van dit stukje is geen goedkope truc om meer lezers te trekken. In ieder geval is het niet zo bedoeld. Ook probeer ik, in schijnbare tegenspraak met de titel, u niet te overtuigen dat het goed is om seks met je dochter te hebben. Verder wil ik u geruststellen: ik heb geen dochter waar ik seks mee heb. Ik heb überhaupt geen dochter, en als ik een dochter zou hebben, zou ik er geen seks mee hebben.

Zo, ik hoop dat ik u een beetje gerustgesteld heb.

Ik kan me voorstellen dat u zich zo langzamerhand afvraagt waarom ik dan wel voor deze titel heb gekozen. De aanleiding is een stuk in de Onze Taal van afgelopen juni, van Jan Erik Grezel. Voor Jan Erik Grezel gelden ongetwijfeld alle disclaimers die ik in de eerste alinea te berde heb gebracht om mijzelf te vrijwaren van uw verkeerde gedachten. Niet dat ik wil suggereren dat u verkeerde gedachten heeft, begrijp me wederom niet verkeerd.

Jan Erik Grezel schrijft in zijn artikel over de zorgwekkende toestand van de taalvaardigheid van studenten. Uiteraard voelde ik mij, als student, aangesproken. Ik schrijf weliswaar niet 'als student zijnde', maar kennelijk is er toch iets mis met mijn taalvaardigheid. Dit is ongetwijfeld zo, en ik hou mij altijd van harte aanbevolen voor suggesties ter verbetering. Maar ter geruststelling: dit terzijde. Ik ga het niet over mijn schrijf(on)vaardigheden hebben.

Grezel schrijft onder meer over pabo-studenten: 68% van de aankomende pabo-studenten zakte vorig jaar voor een taaltoets. Ter lering en ongetwijfeld ook vermaak maakt Grezel de bewuste taaltoets zelf ook. De meeste vragen zijn goed/fout-vragen, en hij moet de volgende formulering beoordelen:

'De man werd beschuldigd van incest met zijn dochter.'

Grezel oordeelt dat 'incest met zijn dochter' niet goed is. Als er had gestaan 'seks met zijn dochter', zou hij de zin wel hebben goedgekeurd. Grezel laat overigens in het midden of het antwoord dat hij geeft goed of fout is. Hij, ongetwijfeld taalkundige, zal best gelijk hebben.

Maar toch...

Ik weet dat aanhalingstekens een wereld van verschil kunnen maken. Ik ben heus wel taalvaardig genoeg om te begrijpen wat Grezel wel en niet claimt. Maar toch kon ik niet denken in termen van 'goed' en 'fout'. Het begrip 'goed' werd bij mij niet geactiveerd. Ik kon alleen maar denken: 'Fout! Die Grezel is fout!'

Noem het pervers, maar ik kon bij het lezen van Grezels oordeel " 'seks met zijn dochter' is goed" simpelweg niet aan de gedachte ontkomen dat Grezel seks met zijn dochter prima vindt.

P.S. Heeft u ook de neiging om 'Griezel' te lezen in plaats van 'Grezel'?

maandag 10 september 2007

zuinige boodschappen

Als de verveling toeslaat, is er altijd nog internet.

Op de een of andere manier kwam ik terecht op een internetpagina van Kassa. Ik denk dat het een consumentenprogramma van de Vara is, dat ik overigens nooit kijk. Het logo van de Vara deed me dat vermoeden. Dat het een consumentenprogramma van de Vara is natuurlijk, niet dat ik het nooit kijk. Dat vermoed ik omdat ik nooit naar consumentenprogramma's kijk. Ook niet van de Vara.

Overigens weet ik heel goed hoe ik op de Kassapagina terechtkwam: bij het checken van mijn hotmail viel mijn oog, dat zoals gezegd ernstig aan verveling onderhevig was, op de welkomstpagina van msn op de berichttitel 'Hierom willen vrouwen geen macho's meer'. Ik zal u niet vermoeien met het bericht (desgewenst kunt u dat zelf doen), maar ik trok voor mezelf de geruststellende conclusie dat ik in ieder geval één eigenschap van de "beter beoordeelde 'vrouwelijke' mannen" bezit, namelijk volle lippen.

Ik moet toegeven dat het mij niet minder geruststelde dat ik niet álle beschreven vrouwelijke eigenschappen bezit, maar dit terzijde. Door naar waar het in dit blog over gaat: de Kassapagina. Mijn oog viel op de rubriek 'consumententips', en verveeld als ik was leek het mij bijzonder zinvol om na te gaan of er nog nuttige tips waren waar ik mijn voordeel mee kon doen. Achteraf gezien natuurlijk tegen beter weten in, maar zoals al tot vervelens toe gezegd: ik verveelde me.

Ik vond enige pagina's met huishoudelijke tips. Ik weet nu hoe je het raampje van een kachel heel goed schoon kan maken. Met koude thee. Altijd handig, zo'n tip. Vooral als je kachelruitjes hebt. Maar de huishoudelijke tips konden niet tippen aan de tips in de categorie 'zuinig boodschappen doen'. Die tips zijn superieur. Aan die tips heeft iedereen iets. Ook mensen zonder kachelruitjes. Als je zuinig boodschappen wilt doen, lees dan deze tips:

tip 1) koop bij goedkope supermarkten zoals Aldi en Lidl
tip 2) kijk in de foldertjes welke producten in de aanbieding zijn
tip 3) koop van een aanbieding een voorraad (als het product houdbaar is)
tip 4) koop geen chips en luxeproducten

Doe er uw voordeel mee! Het is overduidelijk dat deze tips van doorgewinterde consumenten komen. Van mensen met jarenlange boodschappenervaring. Zuinige boodschappenervaring wel te verstaan! Precies wat ik nodig had! Dames en heren, denk er eens over na, en stel uzelf de vraag die ik mezelf vertwijfeld ben blijven stellen sinds ik deze tips las:

Waar zouden we zijn zonder deze Kassaconsumenten, die waarschijnlijk geheel belangeloos hun geheimen prijsgeven?

Denk er eens over na! Zonder deze tips zouden we waarschijnlijk allemaal in veel te dure supermarkten zijn, waar we machteloos en gefrustreerd naar foldertjes kijken waar we het nut niet van inzien, waar we veel te veel geld uitgeven aan producten die niet in de aanbieding zijn, waar we onze winkelwagentjes volladen met chips en andere luxe producten omdat we maar niet kunnen verzinnen hoe we het in godsnaam voor elkaar zouden kunnen krijgen om zuinig boodschappen te doen.

Nogmaals, en wellicht ten overvloede: ik verveelde me.

zaterdag 8 september 2007

navelstaren

Er zijn mensen die navelstaren. Ze zitten voorovergebogen naar hun blote pens te kijken. Ze staren naar hun navel, maar waarschijnlijk zien ze die niet. Wat wel? Waas, waarschijnlijk, of zichzelf. Herinneringen of toekomstdromen, leegte (al dan niet zwart) of iets heel anders.

Er zijn ook mensen die navelstaren en daar anderen mee lastigvallen. Na het voorovergebogen zitten staan ze op, trekken wellicht wat meer kleding aan, lopen naar hun computer en schrijven een stukje op hun weblog.

Sorry.

Ik reken mijzelf, tegen wil, dank, heug, meug en met tegenzin tot de navelstaarders. Waarvoor mijn excuses. Aan u, aan mijzelf. Of u mijn excuses aanvaardt, weet ik niet. Dat is uiteraard aan u. Wat ik met de excuses aan mijzelf aanmoet, weet ik niet goed. Ik heb de neiging om er geen genoegen mee te nemen, maar misschien is excuses aanbieden het maximaal haalbare. Ik ben er nog niet uit.

Wie weet lukt het mij ooit te stoppen met het navelstaren. In de tussentijd maak ik er maar het beste van. Voor mezelf, voor u. En ik troost mij met de gedachte dat ik niet de enige ben die navelstaart. En daar anderen mee lastigvalt. Niet Schieten! staart ook navel, en Sander Vos en de Waterlanders staren niet alleen, maar zien ook!


Navelstaren

Navelstaren navelstaren
Mag ik heel even naar je navel staren
Als je een navel ziet dan weet je meteen
Het karakter van de mens, van de mens eromheen

Soms kom je iemand tegen, je twijfelt hoe hij is
Ga dan niet lopen schipperen, want dan gaat het dus mis
Maar vraag het hem meteen, zo ontloop je gevaren
Mag ik misschien heel even naar je navel staren?

Soms is een navel etterig, soms is hij galant
Soms is een navel aardig, of veel te bijdehand
Soms is een navel vriendelijk, soms is een navel eng
Soms is een navel hartelijk, soms is een navel streng

Maar staar je nu niet blind op de buik waarin hij zit
Soms is een buik gespierd, soms is hij bruin of wit
Soms heeft een buik last van een hevige verzakking
Een buik is toch niet meer dan een navelverpakking

Navelstaren navelstaren
Mag ik heel even naar je navel staren
Als je een navel ziet dan weet je meteen
Het karakter van de mens, van de mens eromheen


Navelzien

Hee jij meisje daar
Jij met al dat haar
We zijn - ook al weet je het niet
Geschapen voor elkaar

Duf duf feestje
Feest je met me mee
Schaam je niet voor al die suffe
Gastjes om ons heen

En laat je navel zien
Oh oh oh oh navel zien
Ik moet nu absoluut je navel zien
Oh oh oh oh navel zien

Oh. You English.
Well that's a problem baby
I don't know how I am going to pack this on

O.K. I try to speak you english
Ik zoek baby zoek
I read every page
Of my internal woordenboek

Perhaps the word is nevel
Like the nevel in mijn kop
Sorry for my english
But I have wat glaasjes op

Let me your nevel zien
Oh oh oh oh nevel zien
I must now absolute your nevel zien
Oh oh oh oh nevel zien.

O.K. baby dance. Do it just for me baby
You dance really sexy, really beatiful
Do you think I dance sexy too?
Thank you

O.K. jongens kom er maar bij want hier in de keuken hier gebeurt het allemaal
Lekker dansen.
Wat zijn we mooi met z'n allen
Vinden jullie ons niet hartstikke mooi?

Laten we dan ook maar even wat gaan zingen, vinden jullie ook niet?
Ik doe het één keer voor
En dan staan jullie er helemaal alleen voor
Hij gaat komen
Een twee drie vier

Heb jij een kuiltje?
Heb jij een bobbeltje?
Heb jij een kuiltje?
Heb jij een bobbeltje?

Mag ik je navel zien
Oh oh oh oh navel zien
Schiet op en laat mij nou die navel zien
Oh oh oh oh navel zien

maandag 3 september 2007

gelukkig: nieuwjaar

Het nieuwe jaar is begonnen!

De zomerstop is achter de rug. In juli en augustus stopt voor mijn gevoel het leven, de wereld. Als klein jongetje kon ik in de zomer niet voetballen of naar school. Als iets minder klein jongetje waren de zomermaanden op m'n werk altijd saai. Nu heb ik twee maanden niets gedaan aan m'n studie, en op het werk was er ook weinig urgents te bekennen. Ik denk dat ik de rest van mijn leven ook leef van september tot en met juni, de zomer is nergens goed voor. Of goed voor niets (doen), zo u wilt. De mensheid op het noordelijk halfrond heeft in de maanden juli en augustus volgens mij nooit iets memorabels tot stand gebracht. Of ben ik nu iets te veel aan het projecteren? Hoe dan ook, de zomer is voorbij. Lang leve het leven!

Een nieuw jaar met nieuwe voornemens. Of voor een deel: oude voornemens die een nieuwe kans krijgen. De komende weken: toneel! 18 en 19 september voorstellingen in het Imperiumtheater. De komende maanden: scriptie! Deadline kerst. Daarna: genieten van het feit dat ik niet meer hoef te studeren, en toeleven naar het einde van het jaar. En dan bedoel ik natuurlijk niet 31 december, daar is niks aan. Het einde van het echte jaar, in juni. Als de deo het volent wordt 27 juni 2008 de mooiste dag van het komende jaar: dan trouw ik met Nolanda!

Het wordt een mooi jaar!

donderdag 30 augustus 2007

foto's inplakken

Het lijkt niet zo moeilijk. Een paar foto's op een paar vellen papier plakken. Onderschriftje erbij en je hebt een foto-album. Leuk om later eens in terug te kijken.

Ik kan het niet.

Het terugkijken wel, dat is het probleem niet. Terugkijken is leuk. Later weliswaar, nu heb je er niet zoveel aan, maar toch: leuk. Zoals het nu leuk is om jeugdfoto's te bekijken, of foto's van je ouders in jonger jaren, zo zal het over een aantal jaren leuk zijn om je vakantiekiekjes van 2007 te bekijken. Ongetwijfeld. En al is het voor jou niet leuk, dan toch voor anderen.

Fysiek ben ik ook prima in staat om foto's op papier te plakken. Er is niets mis met mijn oog-handcoördinatie, de foto's zijn reeds genomen (overigens neem ik niet graag foto's, terwijl dat toch ook niet zo moeilijk is), het papier is in ruime mate voorhanden, net als lijm. Het 'ik kan het niet' moet u dan ook niet al te letterlijk nemen. Ik ga, om mijn eigen woorden te logenstraffen, zodadelijk daadwerkelijk foto's inplakken. Het komt er kennelijk toch eens van. Wie weet krijg ik de smaak wel te pakken en plak ik na mijn vakantiefoto's uit Zweden binnenkort ook nog andere foto's in. Wie weet. De wonderen zijn de wereld nog niet uit.

Waarom heb ik nooit eerder foto's ingeplakt? Misschien omdat ik de bezigheid nogal nutteloos en stompzinnig vind. Ik weet dat het einddoel (het later terugkijken) de middelen heiligt, maar toch. Noem me kortzichtig, gericht op de korte termijn, ongeduldig en onrustig, maar ik kan me er gewoonlijk niet toe zetten. Noem me dit alles en u heeft gelijk: ik bén kortzichtig, gericht op de korte termijn, ongeduldig en onrustig. De trieste waarheid is dat ik mij slecht kan zetten tot iets waar ik het nut niet direct van inzie. En voordat u roept 'dat valt toch wel mee' en met tegenvoorbeelden komt: natuurlijk valt het wel mee. Gelukkig geldt dat voor meer in het leven, dat het soms of meestal wel meevalt. Het zou een trieste wereld zijn als het niet soms mee zou vallen.

Hoe, waardoor en hoe triest dan ook, foto's inplakken blijft voor mij een weinig zinnige bezigheid. Misschien moet ik onder ogen zien dat een leven niet alleen gevuld kan worden met zinnige bezigheden. In ieder geval mijn leven niet. Daar heb ik overigens al jarenlang ervaring mee, maar dat is nog iets anders dan het ook onder ogen willen zien. Het probleem is niet dat ik geen zinnige dingen te doen heb: ik zou mijn toneelrol in kunnen studeren of aan mijn scriptie kunnen werken. Maar daar heb ik even geen zin in. Of daar ben ik even niet gedisciplineerd genoeg voor. Noem me ongedisciplineerd en u heeft gelijk. Maar dit terzijde. Even geen toneelrol, even geen scriptie: het is nu tijd om foto's in te plakken. Hoera. En dus tijd om te stoppen met dit niet al te samenhangend relaas. Noem me onsamenhangend en u heeft gelijk. Ik laat u nu met rust. Ik hoor u verzuchten: 'hoera'.

Hoera.

donderdag 23 augustus 2007

het is altijd de ander

Het is altijd de ander die iets fout doet.

In het nieuws: Nederlanders vinden zichzelf sociaal betrokken, maar hun buren niet. In het nieuws: Nederlanders vinden dat zij hun kinderen zelf goed opvoeden, maar andere ouders maken er een zootje van.

Natuurlijk.

Volgens mij ergert iedereen zich meer aan de kinderen van anderen dan aan zijn of haar eigen kinderen. Het zou een trieste wereld zijn als iedereen zich het meest zou ergeren aan zijn eigen kinderen.

En sociale betrokkenheid? Ik zal mijzelf niet snel sociaal betrokken noemen, en ik zal mij al helemaal niet socialer betrokken noemen dan mijn buren. Ik ken mijn buren niet. Hoe sociaal onbetrokken kun je zijn?

Voor de broodnodige nuancering is het nodig om te zeggen dat ik mijn buren wel van gezicht ken, en ze vriendelijk groet als ik ze tegenkom. Ik troost mij met de gedachte dat mijn buren ook niet bijzonder sociaal betrokken zijn bij hun buren. Ik heb het sterke vermoeden dat zij mij ook niet kennen. Behalve dan van gezicht natuurlijk. En zij groeten ook vriendelijk als ze mij tegenkomen. Geen kwaad woord over mijn buren!

Het zijn altijd anderen die zich ergeren aan het gebrek aan sociale betrokkenheid van hun buren, het zijn altijd anderen die klagen over hun buren. Maar voor iemand anders ben jij zelf natuurlijk ook een ander. Voor een buur ben jij natuurlijk ook een buur. Waarschijnlijk blijven we tot in de lengte van dagen over anderen klagen. Het klagen over onszelf zullen we tot in de lengte van dagen aan anderen overlaten. Het zou een trieste wereld zijn als iedereen over zichzelf zou klagen.

zondag 19 augustus 2007

een pijnloze dag

Wat doet meer pijn?

Een pleister heel langzaam van je huid aftrekken of met één snelle ruk? Een geliefde die opeens zegt 'ik ga bij je weg' of een relatie die jarenlang doorsuddert maar gedoemd is om stuk te lopen? Iemand die door een ongeluk in één keer uit je leven wordt weggeslagen of iemand die langzaam wegteert, en het niet meer ziet zitten om nog jaren door te gaan met wegteren?

Ik weet het niet. Alles doet pijn.

De pijn van pleister is te overzien. Een geliefde die plotseling vertrekt is vervelend. Maar misschien beter dan een relatie die na jaren lijmen toch definitief kapot gaat. Je hebt je leven waarschijnlijk weer sneller op de rit na een snelle en duidelijke breuk. Maar alle breuken doen pijn.

Dood is natuurlijk de meest definitieve breuk.

Een vriend sterft plotseling. Je hebt geen tijd om afscheid te nemen. Geen tijd meer om iets tegen hem te zeggen. Je mag je gelukkig prijzen dat je hem nog in het ziekenhuis hebt kunnen zien liggen, hersendood, voordat hij de kist inging. Toch nog een soort van afscheid. Eénzijdig, dat wel, maar toch nog iets. Maar het doet pijn. Veel pijn.

Net als een vriendin die nog wel leeft. Vraag alleen niet hoe, en vraag niet hoe lang. Ze ligt al zes jaar op bed en kan één arm nog een beetje bewegen. Ze vergaat continu van de pijn. Geen reële kans op herstel. Ten dode opgeschreven, maar hoe lang zal het duren? Ze kan zo nog wel veertig jaar op bed liggen.

Wat een leven. Wat een pijn.
Het alternatief voor een dergelijk leven: suïcide of euthanasie. Kiest u maar.

Leven kan pijn doen.
Relaties kunnen pijn doen.
Pleisters kunnen pijn doen.

Ik wens u een pijnloze dag toe morgen.

dinsdag 14 augustus 2007

optreden el cid-week

Het zal u opgevallen zijn. Althans, als u in Leiden woonachtig bent. Het is el cid-week. Voor de niet in Leiden woonachtige medemens: de el cid-week is de introductieweek van de Universiteit Leiden. Maandagochtend werden zo'n tweeduizend nieuwe studenten welkom geheten door de rector magnificus, de burgemeester en door mij.

Voor de geïnteresseerden: de opening van de week is op video vastgelegd. Op http://www.elcidweek.nl/ vindt u, als u goed zoekt, onder de nieuwsberichten een bericht met de titel 'Big Seppo is watching you!' Voor zolang het duurt is hier een verslag van de opening te zien, en vanaf minuut 67 kunt u mij aanschouwen. Het is maar dat u het weet.

woensdag 8 augustus 2007

internetontwondering

Een groot nadeel van internet is dat alles op te zoeken is. Als je je afvraagt hoe de Bee Gees aan hun naam kwamen, heb je het antwoord binnen twee seconden gevonden. Je hoeft je niet lang af te vragen of het drie broers Gibb waren, of twee broers, of vier, en of ze allemaal een voornaam hadden die met een B begon, of dat Barry de enige was en dat de Bee in de Bee Gees voor Brothers stond. Het staat allemaal haarfijn uitgelegd op internetpagina's waarvan ik u de link natuurlijk niet hoef te geven. Het intikken van 'beegees', 'bee gees' of 'bee-gees' in het venster van uw favoriete zoekmachine leidt u zo naar de antwoorden.

En dat is jammer.

Iedereen heeft wel van die dingen waarover hij of zij zich verwondert. Je vraagt je al jaren af hoe iets nou precies zit, je hebt wel een idee maar je weet het niet precies. Typische gevallen van de klok wel hebben horen klepelen, maar niet weten waar de bimbam beiert.

Ik zou zeggen: houden zo. Geniet van je onwetendheid. Koester de verwondering. Niet meteen googelen. Googelen is ontgoochelen.

Zelf vraag ik mij al jaren af hoe het nou zit met de Blues Brothers: bestonden de Blues Brothers al als muzikaal duo en is er daarna een film over ze gemaakt of begon alles met de film? Ik heb wel een vermoeden (film was eerst), maar ik weet het niet zeker. En vanavond was er een film op televisie over Spinal Tap: nog zo'n geval. Ik vermoed (ook hier) dat de film er eerst was, maar wederom weet ik het niet zeker. Ik wil mijn vermoedens niet bevestigd of ontkracht zien, ik blijf het me liever afvragen.

Lieve lezer, als u het antwoord wel weet, of nazoekt op internet, doe me dan alsjeblieft een plezier... verklap het niet.

maandag 6 augustus 2007

zuiveltranen

Iedereen die weleens een zuivelafdeling van een mindere supermarkt gezien heeft, kent het verschijnsel: onder de karren met pakken melk en yoghurt liggen enkele grijze dweilen op de grond, met daarachter een plas vocht. Met een mindere supermarkt bedoel ik overigens alle supermarkten behalve de betere. Wie weet hebben de betere supermarkten ook grijze dweilen en plassen vocht op hun zuivelafdeling, maar dat weet ik niet - ik kom eigenlijk nooit in de betere supermarkt. Maar genoeg persoonlijke ontboezemingen over mijn supermarkteigenschappen, het gaat om de grijze dweilen en plassen vocht.

Eerlijk gezegd gaat het mij trouwens niet om de grijze dweilen. Misschien is 'grauw' een beter woord voor de dweilen, waarschijnlijk is grijs niet de originele kleur van de dweilen. Wellicht waren ze wit, misschien waren ze lichtblauw. Hoe dan ook, effen of gestreept, die dweilen kunnen me gestolen worden. Het gaat om de plassen vocht.

De plassen vocht. Hoe komen ze daar? Waarom liggen ze daar? Ik ben niet zo dom dat ik geen logische verklaring voor het bestaan en ontstaan van deze plassen kan bedenken. Maar logische verklaringen zijn niet altijd de meest interessante. Ik stel mij liever iets anders voor. Dat de plassen ontstaan zijn door mensen die niet tegen de aanblik van zoveel zuivel in pakken kunnen, en spontaan in tranen uitbarsten bij het zuivelschap.

Ik geef toe: een niet erg waarschijnlijke verklaring. Maar ach, er zijn wel meer dingen niet waarschijnlijk. U kunt waarschijnlijk zelf wel voorbeelden noemen van onwaarschijnlijkheden die toch waar zijn, ofschoon ze onwaar lijken of schijnen. Probeert u het maar eens. En als u binnenkort weer eens in een mindere supermarkt bent, kijkt u dan even bij de zuivelafdeling. Misschien ligt er al een grijze dweil met een plasje vocht erachter. Gaat u dan zelf rustig op de dweil staan, en laat uw tranen de vrije loop. U bent niet de enige.

donderdag 2 augustus 2007

het is 2 augustus 2007

Het is 2 augustus 2007.
Drieëndertig jaar geleden werd Jeroen geboren.
Over één jaar zal ik verzuchten dat Jeroen vierendertig jaar geleden geboren werd. En net als vandaag een traan laten, een biertje drinken en aan hem denken.

Het is 2 augustus 2007.
Morgen is het achtentwintig maanden geleden dat Jeroen doodging.
Over acht maanden zal ik herinneringen aan hem ophalen, samen met anderen die hem gekend hebben. We zullen tranen laten, biertjes drinken en aan hem denken.

Het is 2 augustus 2007.
Jeroen heeft in de dertig jaar die hem gegund waren, geleefd. Goed geleefd, echt geleefd. Geen dingen uitgesteld, zijn dromen nagejaagd. Hij heeft tranen gelaten en doen vloeien, bier gedronken en uitgekotst, over mensen nagedacht en mensen aan het denken gezet. Mij in ieder geval.

Het is 2 augustus 2007.
Wanneer begin ik met leven?

dinsdag 10 juli 2007

sneu, fout, jammer

Met enige regelmaat schrijf ik een berichtje op dit blog. Met een bijna even zo grote regelmaat komt het berichtje slechts na veel zuchten en steunen tot stand. Met grotere regelmaat overkomt mij iets of valt mij iets in wat beschrijvenswaardig is. Maar altijd vergeet ik de beschrijvenswaarde van de gebeurtenis of gedachte als ik mij aan het typen zet.

Dat is sneu.

Een deel van het probleem is misschien dat ik met een behoorlijke regelmaat achter de computer zit als ik mij verveel. Even mijn mail checken, even het nieuws bijhouden. En, vooruit, waarom niet, even een berichtje op mijn blog schrijven.

Dat is fout.

Een flink aantal van mijn berichten is aldus het product van verveling. Goedbeschouwd is het schandalig dat ik dit mijzelf en u aandoe. Ik bied hier dan ook mijn oprechte verontschuldigen voor aan, en hoop mijn leven in de toekomst te beteren. Maar uiteraard, want mijzelf kennende, kan ik niets beloven.

Dat is jammer.

Sneu, fout, jammer - het zijn geen al te positieve observaties over mijn berichten, drijfveren en toekomstperspectieven. Waar een beetje verveling niet toe leidt. Ik nuanceer dit toch enigszins zwartgallige beeld graag: ik ben in een behoorlijk vrolijke bui. Ik vermaak mij deze maand uitstekend. Gisteren ben ik bijvoorbeeld naar De Parade geweest (aanrader: 'Tucht' van Carver), vanavond ga ik naar een optreden van Cake in Tivoli (aanrader: Cake), en donderdag ga ik lekker op vakantie (aanrader!)...

Het leven is mooi, en bestaat gelukkig uit meer dan een blog. Misschien moet ik mijn beschrijvenswaardige momenten niet proberen te beschrijven. Misschien moet ik ze alleen maar beleven, er alleen maar van genieten. Wie zal het zeggen? Ik zeg voorlopig even niets meer.

Ik wens u een prettig vervolg van deze julimaand toe. Met zon bijvoorbeeld, of vakantie. En natuurlijk beschrijvenswaardige momenten. Geniet ervan.

donderdag 5 juli 2007

...heeft z'n nadeel

Er zitten grote voordelen aan vakantie. Ontspanning, rust en dat soort broodnodige zaken. Maar vakantie heeft ook nadelen. Na een paar dagen rust en ontspanning slaat de verveling toe. Bij mij althans.

Ik overdrijf niet. Of toch: de verveling slaat niet pas na een paar dagen toe, maar al na een paar uur. Toegegeven, dit heb ik niet alleen in de vakantie. Ik heb het het hele jaar door. Maar tijdens vakanties wordt het urgent.

Urgente verveling. Het is maar al te waar. Bij mij leidt dat tot apathie en lethargie, en allerlei vicieuze varianten daarvan. Niet echt iets om vrolijk van te worden. Maar gelukkig voor u ook niet echt iets om een blog over te schrijven.

Het zou zomaar kunnen dat ik in deze zomermaanden niet al te veel berichtjes schrijf...

zondag 1 juli 2007

elk voordeel...

Er zitten grote voordelen aan vakantie. Ontspanning, rust en dat soort broodnodige zaken. Maar vakantie heeft ook nadelen. Al is het alleen maar dat ik in juni slechts vijf blogjes heb geschreven. Voor mijn nog niet zo lang bestaande blog een toch al historisch dieptepunt.

Wellicht een nadeel, maar het belang van een blog kan misschien niet vaak genoeg gerelativeerd worden. Ik ben mij nog steeds volledig bewust van het onbelang van bloggen. Toch blijft er een knagend, schuldig gevoel als ik een tijd niets geschreven heb. Misschien slijt dat met de tijd. Misschien ook niet. De tijd zal het waarschijnlijk leren. Of niet, want wanneer zou het slijten in moeten gaan? Ik weet het niet.

Wat ik na de afgelopen week wel weet, is dat er veel bomen in Zweden zijn. Dat is dan weer een voordeel. Of het ook vóór Zweden pleit, weet ik niet zeker. Er stonden namelijk zoveel bomen in Zweden, dat er verder weinig te zien was. Ik kan niet beoordelen of dat jammer was - ik weet niet wat er achter de bomen stond. Waarschijnlijk nog meer bomen. Of een mooi uitzicht. Wie zal het zeggen?

De Zweden misschien. Maar die versta ik vervolgens niet. Dat schiet niet erg op. Laat dus maar zitten verder. Behalve veel bomen overigens ook veel water. Meren, rivieren, beekjes, stroompjes, regen. Handig als je op kanovakantie bent. Behalve de regen uiteraard. Maar elk nadeel heeft ook zo z'n voordeel: door de regen was ik niet geneigd om erg vrolijk om me heen te kijken om van het uitzicht te genieten. Dit voorkwam de teleurstelling van alleen maar meer bomen...

Goed. Dit weinig samenhangende relaas sluit ik af met twee weetjes over Stockholm. Of beter gezegd, een weetje en een niet-weetje. Ze zijn totaal niet relevant, en volledig oninteressant. Daarmee passen ze prima in dit stukje. Toch mijn excuses.

1) In Stockholm staat een Cornelis Vreeswijk-museum. De Nederlander Vreeswijk is erg populair in Zweden. U kent hem misschien van 'De nozem en de non', maar het is waarschijnlijker dat u hem niet kent. Het zij zo.

2) In Stockholm kan zonder problemen gefietst worden, maar op vrijdagavond in een niet nader meer bij naam te noemen straat zaten er op zeventien van de achttien fietsen dames. Ik weet niet waarom vrouwen in Stockholm vaker fietsen dan mannen. Ik troost mij met de gedachte dat u het waarschijnlijk ook niet weet.

maandag 18 juni 2007

een stuk volwassener

Afgelopen zaterdag heb ik de voorstelling 'Thanatorium Shakespeare' van toneelgroep Imperium gezien. Sommige toneelstukken zijn bijzonder, die maak je mee. Andere stukken zijn minder speciaal, maar toch goed te pruimen. Helaas zijn er ook stukken die je alleen maar lijdzaam kan ondergaan, terwijl je denkt 'hoe lang nog?'. Zaterdag was deze laatste categorie van toepassing.

Ik zal er verder geen woorden aan vuil maken.

Jarenlang ben ik nauwelijks naar het theater gegaan. Ik ben niet zo'n theatermens, maar voordat ik jarenlang nauwelijks naar het theater ging, kwam ik met regelmaat in schouwburgen. Ik bezocht cabaretvoorstellingen. Daar genoot ik van. Tot ik zelf aan cabaret ging doen.

Ik heb jarenlang alleen maar met een technisch oog naar cabaretvoorstellingen kunnen kijken. Hoe wordt een grap opgebouwd? Wat voor technieken gebruikt de cabaretier? Hoe houdt hij zijn voorstelling dynamisch? Ik genoot niet van deze voorstellingen, ik was alleen maar kritisch. Gelukkig wordt dat langzamerhand weer minder.

Ik ging niet meer naar cabaretvoorstellingen omdat er niet meer van genoot, maar ook omdat ik bang was om een grap te horen of scène te zien die ik zelf had willen maken. Concurrentie! Ik wil natuurlijk niet weten dat andere mensen ook kunnen wat ik kan. En al helemaal niet dat ze het beter kunnen dan ik.

Maar wees niet bang: dat was jaren geleden.
Inmiddels ben ik een stuk volwassener.

Afgelopen dinsdag stond in de NRC Next een bespreking van het 'Opperlans woordenboek' van Battus. Het langste woord met een 'l' in het midden: 'rookgasontzwavelingsinstallatie'. Het woord 'eindexamen' zegt drie keer hetzelfde: 'eind', 'ex', 'amen'. Het verschijnsel woordmot: de ene helft is Nederlands, de andere Frans, en beide helften betekenen hetzelfde: 'ikje', 'eten', 'pontbrug'.

Zelf mag ik ook af en toe met woorden spelen. Ik wijs u graag op de volgens mij door mij verzonnen gebiedende naamwoorden. Maar ik kan natuurlijk niet met zekerheid zeggen dat ik de enige of eerste ben die ze verzonnen heeft. Misschien was Battus of iemand anders mij voor. Ik hoop dat ik dat nooit te weten kom. Ik wil het 'Opperlans Woordenboek' dan ook zeker niet lezen. Er staan ook vast allemaal dingen in die ik zelf had willen verzinnen. Ik wil het niet weten.

Wat niet weet wat niet deert.
Blissful ignorence.
Zalig zijn de onnozelen van geest.
Het geluk is met de domme.

Etcetera, etcetera

donderdag 14 juni 2007

bijzonder

Eens in de zoveel tijd maak je een concert of theatervoorstelling mee.

Ja, dat wil ik ongeveer beweren. Je maakt het mee. Eens in de zoveel tijd is er een optreden dat anders is dan normaal. Bijzonder. Je gaat wel vaker naar een concerten of naar een voorstelling. En daar geniet je van. Leuke voorstelling, aardig concert. Of niet. Als je pech hebt, valt het tegen. Maar je kiest meestal zelf uit naar wat voor optreden je gaat, dus ik mag hopen dat het meestal meevalt.

Sommige concerten, sommige theatervoorstellingen zijn anders.

Je gaat er niet alleen heen, je ondergaat het niet alleen, maar je maakt het mee. En zeker achteraf kan je zeggen: je mocht het meemaken.

Ik heb dat zelf vooral bij concerten. Ik ben niet zo'n theatermens. Er zijn jaren geweest dat ik zelden in de schouwburg kwam. In die jaren kwam ik des te vaker bij concerten. Popconcerten wel te verstaan - ik ben niet zo'n klassieke-muziekmens. In een theater heb ik misschien maar één keer een voorstelling volledig meegemaakt, en dat was op 9 mei in het Imperiumtheater in Leiden. Maar zoals u wellicht weet, betrof het hier onze opvoering van 'De Asielzoeker'. Ik ben misschien niet de juiste persoon om te zeggen dat dat een bijzondere voorstelling was - ik kan mezelf niet echt onbevooroordeeld noemen.

Maar voor mij was die voorstelling bijzonder. En ik heb 'm niet alleen als regisseur meegemaakt, op 9 mei maakte ik hem ook als publiek mee. Zoals ik ook af en toe een concert heb meegemaakt. Een optreden van Cake op Pinkpop, alle optredens die ik gezien heb van de Tragically Hip, een optreden van de Cords in Atlantis, heel lang geleden, en een optreden van de Treble Spankers ooit, op mijn verjaardag. Frank Black in Paradiso. Het zegt u misschien allemaal niets, maar u zult uw eigen momenten, herinneringen, concerten hebben. Uw eigen optredens die bijzonder waren, werden en nog steeds zijn.

Waarom zijn die optredens bijzonder?

Ik weet niet of ik dat kan uitleggen, ik weet niet of het uit te leggen is. Er zijn in ieder geval enkele belangijke randvoorwaarden: het optreden moet goed zijn, en het publiek enthousiast en geboeid. Maar dat is niet voldoende. Ik heb genoeg goede optredens gezien, met een enthousiast publiek, die ik toch niet als bijzonder zou omschrijven. Er moet een soort wisselwerking tussen de artiest(en) en het publiek zijn: de artiest moet een goed optreden neerzetten, en door de reactie van het publiek moet het optreden nog beter worden. Er moet contact zijn. Misschien, bij gebrek aan betere omschrijving, chemie of magie.

Maar, zoals u zult begrijpen of zelfs verzuchten, dit is een nogal vage omschrijving van een nogal vaag fenomeen. Mijn excuses. Een begenadigd schrijver zal ik nooit worden. Misschien is het trouwens ook een heel persoonlijk fenomeen, en zijn de optredens die ik als bijzonder heb ervaren, door andere mensen als doodnormaal ervaren. Misschien speelt de chemie zich wel helemaal in mijn hoofd af. Het zou zomaar kunnen.

Afgelopen zondag was ik bij een bijzonder concert, en ik maakte het mee. Het was geen concert van een bekende band, er stonden geen wereldberoemde artiesten op het podium. Op het podium stond Boozzz!, een coverband uit Leiden. En misschien ben ik niet de juiste persoon om te zeggen dat hun optreden bijzonder was - ik kan mezelf niet echt onbevooroordeeld noemen. Maar het was een bijzonder optreden. Ik heb het niet alleen ondergaan, ik heb het meegemaakt. En met mij vele anderen. En ik kan nu al zeggen: ik mocht het meemaken.

Max en Martijn (wie kent ze niet) hebben samen met Thijs, Arjan en nieuw bandlid Maarten een geweldig optreden neergezet. Het publiek was laaiend enthousiast. En er was een contact, er was een wisselwerking. Meteen vanaf het eerste nummer, 'Song 2' van Blur, zat het goed. En het werd beter. Een werkelijk adembenemend mooie en indringende versie van 'Welkom Thuis' van Bløf, een gedurfde Red Hot Chili Peppers-medley, nummers van Coldplay en de Police, en -mijn persoonlijke favorieten- briljante vertolkingen van 'Twilight Zone' en 'Radar Love' van de Golden Earring.

Soms is het moeilijk te omschrijven wat een optreden bijzonder maakt. Wat een optreden goed maakt. Ook hier is dat niet precies aan te geven. Het was de kwaliteit van de band, de 'coole' presentatie, de professionele geluidsinstallatie, het grote podium, het enthousiaste publiek. Dat was het allemaal, zeker, maar ongetwijfeld het meest: de zang van Martijn. Ik zeg dit uiteraard niet om Max, Thijs, Arjan en Maarten tekort te doen -zeker niet!-, maar Martijn...

Wat heeft die jongen een geweldige stem, en wat staat hij ontspannen en relaxed te zingen - indrukwekkend! Ik ben geen poprecensent en zou bij een verdere omschrijving alleen maar superlatieven aan elkaar blijven rijgen - ik zal ze u besparen. Maar wat een talent, wat een zanger!

Er zijn veel Martijnen op de wereld. Of Martijns zo u wilt. Nou ja, op de wereld - in ieder geval in Nederland. Een gemeenschappelijke vriendin heeft mij wel eens opgebeld toen ze Martijn de zanger wilde spreken. Ze noemde mij 'de verkeerde Martijn'. Uiteraard vind ik het niet fijn om de verkeerde Martijn genoemd te worden. Maar ik maak graag een uitzondering. En zeker als het over zangkwaliteit gaat, heeft ze helemaal gelijk. Ik ben volledig bereid om dat volmondig te erkennen. Dames en heren, als u wilt genieten van een goede zanger, moet u zeker niet naar mij luisteren. Ik ben de verkeerde Martijn. Ik troost mij met de gedachte dat er nog veel meer verkeerde Martijnen zijn. Of Martijns zo u wilt.

Als u een getalenteerde zanger zoekt, is er maar één goede Martijn.
Hij is goed. Hij is bijzonder. Hij is bijzonder goed.

Zijn naam is Wackers.

zaterdag 9 juni 2007

overal schijt aan

Er zijn mensen die overal schijt aan hebben.

Aan wat andere mensen van ze denken. Aan wat sociaal geaccepteerd is. Of aan wat wettelijk geaccepteerd is. Er zijn mensen die schijt hebben aan het milieu, aan hun ouders, aan hun collega's, aan mensen in het algemeen.

Ik niet.

Soms vind ik het jammer dat ik nergens schijt aan heb. Het zou het leven zoveel makkelijker maken. Lekker overal schijt aan hebben. Heerlijk. Gewoon je eigen gang gaan, zonder je druk te maken over wat anderen daarvan vinden. Geweldig. Volgens mij kan je veel bereiken als je overal schijt aan hebt. Des te meer schijt aan des te meer dingen, des te beter.

Mensen die aan veel dingen schijt hebben, kunnen zich concentreren op wat ze zelf willen. Ze sluiten zich af voor afwijkende meningen en gaan hun eigen gang. Wetenschappers, schrijvers, mensen die op welk gebied dan ook de top willen bereiken, moeten volgens mij aan flink wat dingen een flinke hoeveelheid schijt hebben.

Ik heb dat niet.

Soms mis ik dat. Soms ben ik bang dat ik op geen enkel gebied een top zal bereiken, omdat ik zo weinig schijt aan dingen heb. Maar ik vind mensen en hun meningen wel belangrijk. Ik wil sociaal geaccepteerd zijn, en ook wettelijk. En soms vind ik zelfs het milieu belangrijk.

Mijn schijt-aan-gebrek beperkt mij ongetwijfeld op een hoop gebieden. Het is niet anders. Ik ben niet anders. Ik probeer aan zo min mogelijk dingen schijt te hebben. Ik hou niet van stront aan de knikker. Of aan andere dingen. Af en toe zou ik willen dat andere mensen ook minder schijt aan dingen zouden hebben. Het zou de wereld een stuk frisser maken. Ik zeg maar zo: als je overal schijt aan hebt, is het tijd om schoon te maken.

dinsdag 5 juni 2007

geen spat veranderd

Ik herkende je meteen.
Geen spat veranderd.
Je ziet er nog precies zo uit als tien jaar geleden.

Het mogen welgemeende en goedbedoelde uitspraken zijn, bovenstaande, maar hebben ze ook niet iets treurigs? Mag je jezelf gelukkig prijzen als je niet verandert in tien jaar tijd? Of elke andere willekeurige tijdspanne van redelijke omvang?

Goed, ik geef het toe: vanaf een bepaalde leeftijd mag je het zeker als compliment opvatten als iemand je zegt dat je uiterlijk niet veel veranderd bent. Het is misschien lullig om tegen iemand van vijftien te zeggen dat hij er nog precies uitziet zoals tien jaar geleden. Of tegen iemand van vijfentwintig. Maar iemand van vijfendertig zal misschien blij zijn met zo'n opmerking, en iemand van vijfenveertig helemaal. Om nog maar te zwijgen van oudere mensen. Waar soms überhaupt maar beter over gezwegen kan worden, maar dit terzijde, en niet naar ieders mening.

Maar lieve mensen, het gaat natuurlijk niet om ons uiterlijk. Zoals cabaretgroep Niet Schieten! in het nummer 'Strakke truitjes' al vertwijfeld uitroept: het gaat toch om ons karakter!

Ik hoop dat ik in de afgelopen tien jaar wel degelijk veranderd ben.
Ik hoop dat alle mensen in tien jaar tijd veranderen. Hele oude mensen misschien niet, maar jonge mensen zeker. Ik hoop voor iedereen dat hij of zij op zijn of haar vijftiende heel anders is dan op zijn of haar vijfde. En op vijfentwintig anders dan vijftien. En op vijfendertig anders dan op vijfentwintig. Enzovoorts.

Afgelopen weekend sprak ik met een ouder mens, de vader van een goede vriend. Hij vroeg mij wat ik tegenwoordig deed. Ik studeer. Nog steeds. Hij vroeg mij wat mijn toekomstplannen waren. Ik weet het niet. Nog steeds niet. Misschien ben ik in de afgelopen tien jaar veranderd, maar op dat gebied niet. Ik twijfel. Ik ben een twijfelaar. Ik vind het leuk om mijn tijd te besteden aan veel verschillende dingen, maar ik vind weinig dingen zo leuk dat ik er veel tijd aan wil besteden. Ik vind genoeg leuk, maar niet(s) leuk genoeg.

Misschien twijfel ik omdat ik een Weegschaal ben. Maar ik heb een jongeman (die ik overigens niet ken, maar die tien jaar geleden ongetwijfeld heel anders was) ongeveer een maand geleden, op bevrijdingspop in Haarlem horen zeggen dat Weegschalen niet in astrologie geloven. Ik weet niet of ik het met hem eens moet zijn.

Ik weet ook niet of ik het over mezelf eens ben.
Laat ik het erop houden dat ik twijfel.

zondag 3 juni 2007

niet doen alsof

En schreef Shakespeare niet al "All the world's a stage..."?

Ja, dat schreef hij al.

Mensen zijn alleen maar acteurs op het grote toneel dat wereld heet.
Als ik naar mezelf kijk, speel ik op mijn werk dat ik administrateur ben. Op de universiteit speel ik dat ik student ben. Bij toneelrepetities speelde ik dat ik regisseur was. Bij vrienden speel ik dat ik een vriend ben. Enzovoorts.

Het is niet prettig om op deze manier naar jezelf te kijken.
Want wat blijft er van jezelf over? Als je alleen maar een acteur bent...

Het is wellicht confronterend om jezelf als acteur te beschouwen. Wat is er dan nog echt? Het geruststellende antwoord dat ik mijzelf geef: alles. Acteren is niet doen alsof. Acteren is zo echt als maar zijn kan. Ik ben echt een administrateur, ik ben echt een student, ik doe niet alsof. Wellicht mag ik mezelf ook echt regisseur noemen. En een echte vriend. Maar die laatste oordelen laat ik graag aan anderen over.

Het kan goed zijn om jezelf in al dan niet beperkte mate bewust te zijn van de rollen die je speelt. Ik ben administrateur, maar dat is niet alles wat ik ben. Gelukkig niet. Gelukkig kan ik het belang van mijn werk relativeren. Je zou de mensen de kost moeten geven die dat niet kunnen.

Ik ben blij met de rollen die ik mag spelen in het leven. In alle rollen probeer ik niet te doen alsof. Ik heb een hekel aan mensen die doen alsof. Die een rol spelen zonder in de rol te geloven, zonder zich in te leven, zonder zich 100% in te zetten. Als je doet alsof ben je geen goede acteur, geen echte acteur, geen goed mens, geen echt mens. Doe alsjeblieft niet alsof. In ieder geval niet als je met andere mensen te maken hebt.

Ik hoop dat ik niet al te vaak doe alsof. En als ik het doe, laat het dan zijn in mijn werk. Ik zou er vrede mee kunnen hebben als mensen van mij denken dat ik maar doe alsof ik administrateur ben.

Daar kan ik mee leven.

woensdag 30 mei 2007

het begin van de voorstelling

Wat is er mooier dan het begin van de voorstelling?

Als het licht uitgaat en het geluid uit de zaal verstomt...
Als het gordijn opengaat of de spot aan...
Als een acteur opkomt...
Als verwachtingen ingelost worden...
Of juist niet...


Nou. Die vraag is niet moeilijk te beantwoorden.

Mooier dan het begin van de voorstelling zou de voorstelling zelf moeten zijn. Een goed begin is het halve werk, dat zeker, maar het begin van een voorstelling is natuurlijk een onderdeel van een geheel, en het zou toch jammer zijn als alleen het begin mooi is.

Het einde van de voorstelling is ook mooi. Als het goed is. Misschien wel mooier dan het begin, mooier dan de voorstelling als geheel. Maar dat is natuurlijk mede afhankelijk van de kwaliteit van de betreffende voorstelling. Bij een slechte voorstelling zal het publiek het einde al snel het mooiste moment van de avond vinden. Bij een betere voorstelling zal de acteur het einde weten te waarderen. Zeker als zijn spel op niveau, het publiek enthousiast en het applaus welgemeend en welverdiend was.

En wie ben ik om mooie momenten te beperken tot het theater? Er zijn zoveel dingen mooier te noemen dan welk onderdeel van een voorstelling dan ook. Ik hoef geen voorbeelden te geven, u zult vast zelf iets moois kunnen bedenken. Als u dat niet kunt, heeft u een probleem.

Maar u zult begrijpen dat ik mijn vraag retorisch bedoelde.

Het begin van de voorstelling. Mooi voor het publiek, mooi voor de acteur, mooi voor de schrijver van het toneelstuk. Wat verwacht het publiek, wat kunnen en mogen ze verwachten? En gaan de verwachtingen ingelost worden, of wordt het publiek verrast? En zo ja, hoe?

Dit zijn geen retorische vragen.

Dit zijn vragen die acteurs, regisseurs en schrijvers zich telkens opnieuw moeten stellen. Hoe krijg je de aandacht van het publiek, hoe bouw je spanning op, hoe hou je spanning vast? Wat is interessant om naar te kijken? Deze vragen zijn uiteraard voor de hele voorstelling relevant, maar vooral voor het begin. Een goed begin is het halve werk, en je kan maar een keer een eerste indruk maken. Die moet dan ook goed zijn.

Het publiek zit vol spanning klaar...
De zenuwen gieren door de keel van de acteur...

De schrijver en de regisseur weten dat. Ze gebruiken deze spanning en die zenuwen. De verwachtingen. En dan komt de tekst op papier, het beeld voor ogen. Het creatieve proces komt op gang. Er is een begin.

Wat is er mooier dan het begin van een creatief proces?

zaterdag 26 mei 2007

stil en donker

Het is stil en donker.

Niet muisstil, mijn computer maakt geluid.
Wel donker. Maar dat komt omdat ik mijn ogen dicht heb. Gelukkig kan ik blind typen. Wat gaat er komen? Ik heb wel een idee, een verwachting. Maar niets is zeker. Het is afwachten.

Het is stil en donker.

Niet muisstil, er maakt altijd wel iemand een geluid. Wel donker. Ogen open of ogen dicht maakt niet veel uit. Wat gaat er komen? De toeschouwers hebben zo hun ideeën en verwachtingen. Maar niets is zeker. Het is afwachten.

In het begin is er geen geluid, geen licht.

Er is een blanco vel of scherm. Er is een publiek in afwachting. Dan komen de woorden, de klanken, het beeld. De acteurs. De voorstelling begint. De schrijver schrijft, de acteur acteert, de toeschouwers schouwen toe.

Hoe de woorden ook worden, de klanken ook klinken, het beeld ook beeldt, wat een voorstelling ook voorstelt... het begint allemaal bij het begin.

Het is stil en donker.

donderdag 24 mei 2007

gewoon doen

'Gewoon doen'.

Met de nadruk op doen.
Gewoon doen met de nadruk op gewoon lukt me over het algemeen wel.
Ik doe meestal al gek genoeg.
Ik heb meer moeite met doen. Dat is voor mij niet zo gewoon.

'Niet denken maar doen.'

Met de nadruk op doen. Wederom.
Het is typisch iets wat ik altijd denk, maar nooit doe.
Daar schiet ik inderdaad niet veel mee op.

'Gewoon doen.'
'Niet denken maar doen.'

Het zijn goede adviezen.
Ik geef ze zelf ook vaak aan anderen.
Je hebt er alleen niet zoveel aan.
Als je makkelijk kon doen zonder te denken...

Dan zou je dat wel doen, denk ik.

maandag 21 mei 2007

sander vos - liedje (als ze...)

Edel- of überkitsch.

Dat is de beste classificering van de cd 'Navelzien' (1997) van Sander Vos en de Waterlanders. Wellicht kent u het onvolprezen 'Pim Pam Pet', een kleine zomerhit in 1997, of de volgens mij enige andere single 'Marjon', waarin alle versregels rijmen op 'Marjon'. Sander Vos balanceert op de hele cd op het randje van kunst en kitsch, zowel op muzikaal als op tekstueel gebied. Wat dacht u van de volgende 'pareltjes':

Uit 'Pim Pam Pet':

We speelden Pim Pam Pet op de rand van je bed...

Je had fruit met een R en je zei radijsje
Dat was fout maar ik het rekende het goed
Want ik vond je het allergoddelijkste meisje
Dat ik ooit van m'n leven had ontmoet

Ik had een stad met een A en ik zei Eindhoven
Want ik had m'n hoofd er helemaal niet bij
Bovendien was je deken iets omlaag geschoven
En zag ik een stukje van je blote dij

Uit 'Marjon':

Je moeder ja dat loeder is bepaald geen non
Ze is constant zo zat als een kanon
En ze zwiert over straat met een bataljon
Van gewezen adjudanten uit West-Ceylon
En ze heeft nooit geweten waar ze aan begon
Maar ik ook niet, nee ik ook niet, Marjon.

Tja. Sander Vos. Hoon is meestal zijn deel, ben ik bang. Maar ik vind het geweldig. Uiteraard onder het motto 'goed fout', maar toch: geweldig. Voor waarschijnlijk vooral mijn plezier nog enkele mooie vondsten:

Uit 'Bitterkoek':

Ik hol zo snel ik kan naar huis
De koek moet op voordat-ie oud is
Je brief hangt boven het fornuis
Ik hoop dat-ie straks wat minder koud is
Je vindt me lief, o ja natuurlijk, maar dat vindt m'n moeder ook
Dat maakt het juist zo extra gruwelijk dat ik in je huwelijk stook
Bitter bitterkoek

Uit 'Fraai':

Links ligt de avond, rechts ligt de nacht
Voor je ligt het park waar je bankje op je wacht
Een kussentje van varens, een dekentje van trouw
De Trouw beschermt je beter dan de Volkskrant tegen kou

En, misschien wel de meest extreme kitsch, de eerste tekstregels van de cd, uit 'Minervaplein':

Ik ben in het heetst van de zomer op het Minervaplein geboren
Mijn moeder had haar onschuld en d'r maagdenvlies verloren
Mijn vader en zijn vrienden hadden een reuzenjoint genomen
En ze checkten de I Tjing op wat voor leven er moest komen
Je moest er wezen, je moest er zijn
Minervaplein

Maar er is meer tussen kunst en kitsch. Het liedje 'Liedje' hieronder is gewoon mooi. En in 'Zo moe' vraagt Sander Vos zich het volgende af:

Mijn buurvrouw belt de politie
want ik heb mijn vuilnis een uur te vroeg op straat gezet.
Had haar zoon zich ook verhangen
als ze net zo goed op hem als op haar buren had gelet?

Mocht u de 'Navelzien' trouwens ergens zien liggen (waarschijnlijk in de bak met rotzooi voor 1 euro): gewoon kopen. Plezier gegarandeerd!


Sander Vos en de Waterlanders - liedje (als ze...)

Als ze suft op d'r fietsje
Als ze suft op d'r fiets en ze veegt iedereen van straat
Onderweg naar de film
Onderweg naar de film die al weken niet meer draait
Als ze zegt dat ze gaat komen
Als ze zegt dat ze komt maar me niet vertelt hoe laat
Als ze belt vanuit haar bedje
Als ze belt en ze valt terwijl ik praat in slaap

Als ze zin heeft om te knijpen
Als ze knijpt en mijn arm ziet de week daarop nog blauw
Als ik mijn drankje op moet dweilen
Als ik dweil nadat zij mij weer eens leuk verrassen wou
Als ze danst in de storm
Als ze danst in de storm waar de hele stad voor schuilt
Als ze gaapt bij mijn liedje
Als ze gaapt bij mijn liedje waar de hele zaal om huilt

Als de nacht is gevallen
Als de nacht is gevallen en de muren komen dichterbij
En ze zoekt naar d'r liefje
En ze zoekt naar d'r liefje en ze vindt alleen maar mij

Als ze danst in de storm
Als ze danst in de storm waar de hele stad voor schuilt
Als ze gaapt bij mijn liedje
Als ze gaapt bij mijn liedje waar de hele zaal om huilt
Waar de hele zaal om huilt

donderdag 17 mei 2007

gebiedende naamwoorden

Nederlands is een vreemde taal.

Sommige woordsoorten, zoals werkwoorden en zelfstandige naamwoorden, leren we op school. Andere woordsoorten leren we niet. Dat is een groot gemis. Graag uw aandacht voor een onderbelichte en ondergewaardeerde woordsoort: het gebiedend naamwoord.

Gebiedende naamwoorden zijn woorden of woordcombinaties die, zoals de naam al doet vermoeden, gebieden. Met dansmarieke gebieden wij Marieke om te dansen, met hobbelpaard gebieden wij een paard om te hobbelen. Als u wilt dat Hannes slap gaat ouwehoeren, kunt u dit bereiken met het gebiedend naamwoord lulhannes.

Als u met uw gebiedend naamwoord daadwerkelijk resultaat wilt behalen, kunt u uw aansporing het beste richten tot personen: loopjongen, werkstudent, timmerman, melkboer, baarmoeder, rekenmeester, leernicht, zeikwijf, beschermheilige, kletsmajoor, smeerkees, beltoon enzovoorts. Maar wellicht luisteren ook dieren naar uw gebod: trekpaard, rendier, wandelpad, dekhengst, fokstier, steunbeer, knijpkat, knuffelbeest, drijfsijs, luistervink, schijtlijster.

Met de volgende aansporingen, hoe begrijpelijk ze misschien ook zijn, zult u waarschijnlijk minder resultaat behalen. U zult, ondanks uw aansporing tekenpotlood toch zelf de tekening moeten maken. Uw potlood luistert niet naar u, en kan al helemaal zelf geen actie ondernemen. Meer vruchteloze voorbeelden: kookwekker, snijtand, voetbalschoen, schuifdeur, zeilboot, botsauto, draagbaar, sluitspier, vliegtuig, stemvork, hoortoestel, schaakcomputer, koelkast, kookplaat, straalkachel, stuiterbal.

Het heeft misschien geen zin om bovenstaande gebiedende naamwoorden uit te spreken, maar ze zijn in ieder geval begrijpelijk. Het is logisch om te wensen dat je kachel straalt en je bal stuitert. Maar Nederlands is een vreemde taal. Wat voor zin heeft het om een fiets aan te sporen om te bakken (bakfiets) of een gans om te rotten (rotgans)? Andere onzinnige gebiedende naamwoorden: kruipruimte, verdwijntruc, borrelnootje, springkussen, spreekwoord, douchegordijn, gokmachine, wensput, stapelbed, klimrek, keerkring, draaicirkel, rommelmarkt.

U zult opgemerkt hebben dat alle tot nu toe genoemde gebiedende naamwoorden bestaan uit twee delen: het linkerdeel is een imperatief (in het enkelvoud), die gericht is aan de aangesprokene (het rechterdeel), een zelfstandig naamwoord. Dit is de meest voorkomende vorm, maar voor de volledigheid wil ik ook vermelden dat de imperatief ook uit een infinitief kan bestaan (ballenjongen, boerenmeid, schoppenvrouw, drinke(n)broer) en dat een aangesprokene ook kan ontbreken (weeskind). Overigens zijn gebiedende naamwoorden niet uniek voor het Nederlands. Een mooi Engelse voorbeeld is stopwatch.

Tot slot wil ik uw aandacht vestigen op samengestelde gebiedende naamwoorden, zoals kantjeboord. Een samengesteld gebiedend naamwoord, waarin de aangesprokene overigens ontbreekt, bestaat meestal uit een woordgroep van twee woorden: beschermde diersoorten, beklemtoonde lettergrepen, ontvoerde kinderen, verstoorde nachtrust, bepaalde wijs.

Uiteraard valt er meer te vertellen over deze intrigerende woordsoort. Voor nu wil ik het hier echter bij laten. Schenkt u in de toekomst alstublieft een beetje aandacht aan gebiedende naamwoorden. U heeft wat in te halen, en het gebiedend naamwoord verdient het.

Nederlands is een vreemde, maar mooie taal.

maandag 14 mei 2007

motherfucker

Vorige week woensdag hebben wij ons toneelstuk opgevoerd: een eigen bewerking van 'De Asielzoeker' van Arnon Grunberg. Met gepaste trots kan ik zeggen dat de voorstelling een groot succes was. Voor de geïnteresseerden: op de site van Arnon Grunberg staat een korte recensie.

Je moet wel even zoeken: kijk onder Blogs onder de reacties op het bericht 'Basle', d.d. 11-05-2007. Maar dan heb je ook wat :-). Onder Oeuvre, Netherlands, De Asielzoeker worden we ook genoemd.

U zult begrijpen dat ik een gelukkig mens ben.

Christian Beck, hoofdpersoon in 'De Asielzoeker' (daar hebben we hem weer), schreef vroeger verhalen. Een van zijn verhalen, 'De kinderen van Yab Yum', wordt gepubliceerd. Enkele weken na publicatie wordt er een aanslag gepleegd op Yab Yum. Beck beschreef in zijn verhaal precies zo'n aanslag. De vraag is natuurlijk of Beck verantwoordelijk kan of moet worden gehouden voor de gepleegde aanslag.

Waar mag een schrijver verantwoordelijk voor worden gehouden? Hoeveel invloed heeft een schrijver met zijn verhalen op de werkelijkheid? Ik laat de vragen graag open, maar hieronder wellicht een gedeeltelijk antwoord.

Kurt Vonnegut (daar hebben we hem weer) gebruikt in zijn roman 'Slaughterhouse-Five' (1969) het woord 'motherfucker'. Foute boel! Conservatief Amerika viel over hem heen. Vonnegut beseft natuurlijk zelf maar al te goed waarom. In 'Timequake' (1997) schrijft hij:

My novel 'Slaughterhouse-Five' was attacked back then for containing the word 'motherfucker'. In an early episode, somebody takes a shot at four American soldiers caught behind the German lines. One American snarls at another one, who, as I say, has never fucked anyone, "Get your head down, you dumb motherfucker." Ever since those words were published, mothers of sons have had to wear chastity belts while doing housework.

vrijdag 11 mei 2007

muziek in tijden van vertwijfeling

In tijden van vertwijfeling en besluiteloosheid wordt gezocht naar daadkracht en duidelijkheid.

Wees gerust: ik zal deze bewering niet onderbouwen met politieke voorbeelden, ik hou het liever wat dichter bij mezelf. Ik schreef vorige week al over een probleem dat mij vertwijfelt. Heel simpel gezegd komt het neer op de vraag of ik niet meer tijd en energie in theater en cabaret moet steken, en minder in werk en studie.
Besluiteloos ben ik ook nog steeds, maar misschien is dat niet zo'n probleem. Komt tijd komt raad, enzovoorts. Het besluiteloze gevoel is echter niet plezierig. Ik ben op zoek naar daadkracht en duidelijkheid. Ik stel mijzelf gerust met de gedachte dat ik niet de enige ben.

Daadkracht en duidelijkheid vind ik op dit moment niet bij mezelf. Ik merk dat ik het elders zoek. Ook in muziek. Een voorbeeld hiervan was 'Bloedbek' van de Raggende Manne. Het nummer staat op de cd 'Omschudden' (1997). Op dezelfde cd staat het volgende nummer:


Zwarte leegte

De zwarte leegte
valt als een loden plaat
zacht gesmolten, druipend, verstikkend
over alles - alles wat ik ooit wilde zeggen.

Ik ben alleen en ik ben bang.


Maakt u zich overigens geen zorgen. Het gaat goed met mij. De vertwijfeling en besluiteloosheid maken mij alleen noch bang. Ik voel echter wel een bepaald soort leegte. Geen inktzwarte duisternis gelukkig, slechts de leegte na een enerverende periode vol toneel, waarin ik met zes medestudenten keihard toegewerkt heb naar een prachtige voorstelling. De voorstelling afgelopen woensdag was een hoogtepunt, en na een dergelijk hoogtepunt voel je naast een groot gevoel van triomf je toch ook een beetje een 'animal triste'.

Daadkracht en duidelijkheid heb ik nog niet. Komt duidelijkheid na daadkracht of komt daadkracht pas na duidelijkheid? Ik denk het laatste, maar misschien heb ik het verkeerd. En het zal ongetwijfeld per geval verschillen. Het is als denken en doen: soms moet je eerst denken voordat je doet, soms kom je alleen maar verder als je stopt met denken en het gewoon doet. De kunst is om te weten wanneer je welke tactiek moet toepassen.

Voorlopig blijf ik nog even zoeken naar duidelijkheid. Die komt, daar ben ik van overtuigd. Ik voel de duidelijkheid heel goed als ik met toneel bezig ben. Dat moet ik niet vergeten. En ik merk dat ik de laatste tijd niet voor niets regelmatig naar de Raggende Manne luister: ik zoek de daadkracht, want ik weet heel goed wat ik niet wil (nogmaals van 'Omschudden'):


Sukkeldraf

Toe maar hoor...
Toe maar hoor!!
Toe maar hoor, sjok maar lekker door!

Afgesleten hakken, boterhammenzak
plakband, elastiekje, gat in me sok
een brievenbus vol rotzooi
afgeprijst, opgelapt
uitgekakt, afgetrapt
iedere dag hetzelfde.

Toe maar hoor, toe maar hoor!
Sjok maar lekker door.

Strompel jij maar op een sukkeldraf
naar je graf toe,
en doe het vooral rustig aan...

maandag 7 mei 2007

bevrijdingspop, haarlem

Op een gratis festival lopen rare mensen rond.

Bejaarden.
Kinderen.
Mensen met een hond.

Bejaarden zijn niet erg. Die weten zich over het algemeen te gedragen. Ze doen over het algemeen niemand kwaad, zeker niet op een popfestival. Je kan met plezier naar ze kijken, en denken: zo wil ik er over vijftig jaar ook bijlopen. Ik denk meestal: zo wil ik er over vijftig jaar zeker niet bijlopen. Maar dit terzijde. Bejaarden zijn niet heel erg.

Honden zijn wel erg. Maar dat zijn ze altijd, niet alleen op popfestivals. Het is jammer dat hondenbezitters hun bezit meenemen naar een popfestival, maar ach, wie neemt nooit bezittingen mee als hij of zij het huis verlaat? Er valt zeker te discussiëren over welke bezittingen je meeneemt naar een festival. Ik zou persoonlijk nooit een hond meenemen. Maar ik heb makkelijk praten, ik heb geen hond. Met reden, overigens. Maar ik wil het niet over honden hebben. Honden zijn wel erg, maar het kan erger.

Kinderen.

Er zijn weinig dingen erger dan kinderen op een popfestival. En dan niet eens per se omdat kinderen zelf erg zijn. Ik laat mij wijselijk de bek niet openbreken over het al dan niet erg zijn van kinderen. Natuurlijk, kinderen maken lawaai en zijn vervelend, en zorgen daarmee voor heel veel ellende op de wereld in het algemeen en op een festival in het bijzonder. Maar dat geldt ook voor andere festivalbezoekers, zoals jongeren, dronkenlappen en de artiesten zelf. Merk overigens op dat artiesten vaak ook onder de andere twee categorieën geschaard kunnen worden. Nee, de ergheid van kinderen op een festival is voor een flink deel gelegen in de ellende voor de kinderen zelf. Kinderen horen niet op een festival thuis.

Waarom denken kinderbezitters niet op een verantwoorde manier na over de vraag welke bezittingen ze meenemen naar een festival? Laat zo'n kind toch thuis! Dan hoef je niet over het festivalterrein te lopen met in de ene hand een biertje en aan de andere een kind. Dan hoef je niet achter de kinderwagen staan swingen terwijl je uit alle macht probeert om je bezit te negeren dat in de kinderwagen huilend haar kleine vingertjes in haar kleine oortjes probeert te stoppen en ondertussen schreeuwt: mama, ik wil naar huis, mijn oren doen zo'n pijn!

Doe jezelf en anderen een plezier.
Neem geen kinderen mee naar een festival. Doe het niet. Neem desnoods een hond mee, maar geen kinderen. Kom over veertig jaar nog eens terug als bejaarde. Dat mag. Dat is niet erg. Kom later nog eens terug. En neem dan gerust je kind mee. Geen probleem.

Maar laat je kleinkinderen thuis.

donderdag 3 mei 2007

de grootste fout die je kan maken

Af en toe, als ik op mijn werk zit, denk ik dat ik toch iets anders moet gaan doen. Het is niet vervelend op mijn werk. Zeker niet. Ik vind mijn werk over het algemeen niet naar of saai, ik heb leuke collega's, ik heb een fijne baas die mij en mijn werk waardeert. Ik verdien goed. Maar meer niet. Ik word niet heel enthousiast of vrolijk van mijn werk. Ik word niet uitgedaagd op mijn werk. Ik kan er mijn creativiteit niet in kwijt.

Mijn creativiteit kan ik wel kwijt op een toneel. In cabaret. In het schrijven en regisseren van een toneelstuk. Daar word ik enthousiast en vrolijk van. Daar ligt een uitdaging. Misschien moet ik daar meer tijd aan besteden. Maar het levert natuurlijk geen geld op.

Het is een ongetwijfeld voor velen herkenbare keuze tussen doen wat je leuk vindt en doen waar je geld mee verdient. Tussen je hart en je verstand volgen. Tussen spanning en veiligheid. Ik hou mezelf vaak voor dat ik helemaal geen keuze hoef te maken. Ik kan toch lekker werken en in mijn vrije tijd aan cabaret of theater doen? Het is toch een mooie hobby?

Misschien wil ik het meer laten zijn dan een hobby, misschien ook niet. Ik weet het niet. Ik denk altijd maar dat het op een gegeven moment vanzelf wel duidelijk wordt. Dat ik automatisch merk hoe belangrijk het toneel voor mij is. Of het een passie is waar ik voor wil of moet kiezen, of niet. Daar kom ik toch vanzelf wel een keer achter?

Ik wacht nog steeds op de dag dat het duidelijk wordt. In redelijke kalmte. Maar af en toe kriebelt het. Jeukt het. Bekruipt me het gevoel dat ik niet goed bezig ben. Dat ik niet moet afwachten, maar dat ik zelf een keuze moet maken. Nu. Op die momenten ben ik bang dat Bob Fosko van De Raggende Manne gelijk heeft. En dat ik het risico maar moet nemen om uitgelachen te worden.


Bloedbek

De grootste fout die je kan maken
is rust en vertrouwen
dat het toch wel komt
dat het goed gaat
dat je niets hoeft te forceren.

Dat is een grote fout
want wat je nodig hebt
is verzet
gemodder
geknoei
en gezoek
balanceren en uitglijen
op je bek
op je smoel
op je platte smoel
op je bloedbek.

Ze zullen je uitlachen.

Hahaha!

zondag 29 april 2007

het onbelang van bloggen

Ach!

Ik heb al een week niet op mijn blog geschreven.

En daar voel ik mij al een dag of drie schuldig over. Het is hetzelfde schuldgevoel dat ik heb als ik mijn mobiele telefoon niet bij me heb. Als je een mobieltje hebt, moet je ook bereikbaar zijn. Als je een blog hebt, moet je er ook op schrijven.

Onzin natuurlijk.

Ik heb een mobieltje omdat het handig is. Het mobieltje is er voor mij, voor mijn gemak. Het moet geen ongemak in de vorm van verplichtingen opleveren. Ik blog omdat ik af en toe een stukje wil schrijven. Let op: 'wil', niet 'moet'.

Natuurlijk.

Toch, voor mijn gemoedsrust, een excuus:

Ik heb een drukke week achter de rug. Toneelrepetities, filmbezoek, een feest, een verjaardag - ik had gewoon geen tijd om een stukje te schrijven! Maandag naar de film met vrienden. 300 spartans. Een bizarre opeenstapeling van clichés en ongenuanceerde beelden, muziek en uitspraken. Hilarisch. Maar dat maakt niet uit - het gezelschap was goed. Dinsdag, donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag stonden in het teken van toneel. Veeleisend, vermoeiend, slopend. Maar wederom: het gezelschap was goed - en het toneelstuk wordt ook goed. Woensdag een feest en vrijdag een verjaardag: wederom goed gezelschap. Goede gesprekken, gezelligheid, sfeer.

Voor alle duidelijkheid: ik schrijf dit berichtje niet om u te wijzen op mijn drukke sociale leven. Bovenstaande opsomming is vooral bedoeld om aan te geven wat ik belangrijk vind, en om het belang van bloggen te relativeren. Bloggen is niet belangrijk. Mensen zijn belangrijk. Het is maar dat u het weet. Ik vond deze constatering van genoeg belang om er een berichtje over te schrijven. Maar natuurlijk is dit berichtje ook geschreven omdat ik mij schuldig voelde.

Ik had tenslotte al een week niet op mijn blog geschreven.

zondag 22 april 2007

de kift - tot slot

Zoals ik al eerder schreef, heb ik samen met vijf medestudenten een eigen bewerking gemaakt van de roman 'De Asielzoeker' van Arnon Grunberg. We zijn hard aan het repeteren voor de voorstelling op woensdag 9 mei.

Maar daar wil ik het niet over hebben.

Grunbergs hoofdpersoon, Christian Beck, is een vreemde man. Ik wees u in een eerder bericht al op zijn onconventionele levenshouding (participeren in plaats van kijken), en op een parallel met een liedtekst van De Kift.

Ik ga op herhaling.

Christian Beck heeft een relatie met zijn vriendin, de vogel. Maar hij heeft geen seks meer met haar. Zijn verklaring hiervoor:

...ze is niet alleen mijn vrouw, maar ook mijn kind, en mijn zus, mijn beste vriendin, mijn buurvrouw, mijn vage kennis, mijn moeder, mijn tante, noem maar op. Mijn binnenhuisarchitect, mijn vijand, mijn collega...

De vogel is alles voor hem. En het enige. Hij kan haar niet meer alleen als zijn vrouw zien, en mede daardoor raakt hij haar kwijt. Beck ziet zijn fout pas in als het te laat is. Zelfs na haar dood is de vogel eigenlijk het enige wat hij nog heeft. En dat is natuurlijk niet veel meer. Arme Beck.

In 'Tot Slot', een lied op de laatste cd van De Kift ('7' uit 2006, zie ook het nummer 'Goud'), is ook sprake van een situatie waarin iemand een voor hem belangrijke vrouw anders bekijkt dan zij is of was. De gevolgen zijn in dit geval echter niet dramatisch. Geen vervreemding, maar juist toenadering. Tot ver na de dood van de vrouw, zelfs tot na de dood van de 'ik'.

De tekst is gebaseerd op een gedicht van Boris Ryzji (1974-2001), vertaald door Anne Stoffel.


Tot slot

Ik begreep dat je niet mijn moeder was,
maar mijn dochter, nu houd ik je stevig vast
en over je hoofd heen kijk ik ver
uit het raam naar daar waar ik jaren her
als snotneus rondhing, met om me heen
het gajes - en toch was ik altijd alleen,
waar ik heimelijk rookte in de wind,
je enige zoon, je geliefde kind.

Ik hoef je alleen maar steviger vast
te houden, ik moet je niet loslaten straks
in dromenland, bij regen en mist
de enige die van mijn onschuld wist.

En wanneer je moest huilen in de nacht
heb ik in gedachten mijn handen zacht
op je schouders gelegd en tot slot erkend
dat je niet mijn moeder, maar mijn dochter bent.

En later, veel later komt er een tijd
dat je niet in zwart-wit, maar in kleur met mij -
niet op foto's, maar in de werkelijkheid -
precies zo omstrengeld zult staan, waarbij
je rimpels verdwijnen en je weer kind
zult worden - een kind in de wind
met een wapperend lint van rood satijn.
...Als jij niet meer bent, als ik dood zal zijn.

woensdag 18 april 2007

het is maar wat je nieuws noemt

Vanmorgen bracht RTL Nieuws een bericht over een zwaan die een Leidse buurt terroriseert. Het betreffende ongedierte bewaakt zijn nest nogal agressief. Argeloze voorbijgangers, te dichtbij geparkeerde auto's en kleine kinderhandjes moeten het ontgelden. Zakenmensen durven tijdens het middaguur hun boterhammetjes niet meer op te eten in het parkje waar het beest huis(houd)t.

Het is maar wat je nieuws noemt.

Een betoog tegen dit soort nietszeggende items in het nieuws zou wellicht op z'n plaats zijn. 'Vermeng het echte nieuws toch niet met 'infotainment', laat deze berichten liggen voor 'Hart van Nederland' en soortgelijke programma's.' Iets van die strekking.

Maar ik wil niet de moraalridder gaan spelen. Dat zou hypocriet zijn.

Stiekem vind ik dit soort 'luchtige' nieuwsberichten namelijk best leuk om te horen en zien. Als 'Hart van Nederland' op televisie is, zap ik ook niet automatisch vol walging weg. Natuurlijk wel als er anderen bij zijn, maar niet als ik alleen ben. Op teletekst kijk ik altijd even naar de pagina's met 'opmerkelijk nieuws' (voor de geïnteresseerden: pagina 403 en verder). Ik wil niet alleen het harde nieuws zien, ik wil ook vermaakt worden. Ik ben ook maar een mens.

Maar goed.

Ik ben dit stukje niet gaan schrijven om op te biechten dat ik (kennelijk) een infotainmentbehoefte heb, en dat ik mij af en toe bezondig aan de bevrediging van die behoefte. Laat ik voor de duidelijkheid meteen zeggen dat ik nooit bewust afstem op 'Hart van Nederland' en hoe al die soortgelijke programma's ook heten (zie je wel, dat weet ik helemaal niet!)

Wat ik wilde zeggen, is dat mijn auto ook aangevallen is door de agressieve zwaan. Ik ken de zwaan die op het nieuws was, dat beest woont bij mij om de hoek! Het heeft mijn auto gemolesteerd! En, erger nog, ik fiets dagelijks langs het parkje dat door het witte gevaar onveilig wordt gemaakt. Het is een wonder dat ik nog leef!

Mocht u het levensgevaarlijke beest met eigen ogen willen aanschouwen, kunt u het nieuwsitem op internet nazien, voor zolang het duurt. Kijk snel, voor het te laat is. Ik raad u overigens met klem af om zelf (fysiek, 'in real life') een kijkje te komen nemen bij ons buurtmonster - ik kan uiteraard niet instaan voor uw veiligheid.

U zult begrijpen dat ik van mening ben dat het heel goed is dat RTL Nieuws dit soort berichten brengt. Zo'n bericht laat toch duidelijk zien wat er leeft in een willekeurige stad in Nederland. Het zal je maar gebeuren, zo'n zwaan in je buurt. Gelukkig is ons land nu op de hoogte van de situatie in Leiden, en kan iedereen gepaste voorzorgsmaatregelen treffen bij een eventueel bezoek aan onze overigens prachtige stad. Nu alleen maar hopen dat het bericht ook de buitenlandse toeristen heeft bereikt, zodat die niet onverhoeds worden overvallen door dit monster, mochten ze onverhoopt in onze buurt belanden. En laten we vooral hopen dat er geen ramptoeristen op onze zwaan afkomen, om foto's van het wilde beest te nemen. Daar zit de zwaan natuurlijk niet op te wachten.

En onze buurt ook niet!

zondag 15 april 2007

fill her up, please!

Vonnegut is grappig.

En dood, maar dat doet niets af aan zijn grappigheid. In Slaughterhouse 5 voert Kilgoure Trout, de sciencefictionschrijver die in ongeveer elk boek van Vonnegut een rol speelt, een gesprek met Maggie White, een erg mooie maar domme vrouw. Trout maakt haar wijs dat alles wat hij heeft geschreven, echt gebeurd is. Maggie vraagt of hij haar ook in een boek zal verwerken. Trout antwoordt dat alles wat hij meemaakt in zijn boeken terugkomt. Maggie concludeert dat ze dan maar beter voorzichtig kan zijn met wat ze zegt. Vonnegut laat Trout vervolgens antwoorden:

That's right. And I'm not the only one who's listening. God is listening, too. And on Judgment Day he's going to tell you all the things you said and did. If it turns out they're bad things in stead of good things, that's too bad for you, because you'll burn forever and ever. The burning never stops hurting.

Kilgoure Trout is grappig. Maar de humor en scherpzinnige blik van Vonnegut komen vooral prachtig naar voren in zijn bijna terloopse opmerkingen of observaties, die hij altijd in een of enkele korte zinnen maakt. Het mooiste voorbeeld in Slaughterhouse 5 is misschien de beschrijving van dezelfde Maggie:

She was a dull person, but a sensational invitation to make babies. Men looked at her and wanted to fill her up with babies right away.

donderdag 12 april 2007

exit kurt vonnegut

Dames en heren, vandaag is het nieuws droevig. Zeer droevig.

Kurt Vonnegut is overleden.

Ik zal hier geen biografie of literair verantwoorde typering van zijn werk geven. Geïnteresseerden kunnen op internet vast wel iets vinden. Of op teletekst pagina 433, om maar een dwarsstraat te noemen. Uiteraard ook op internet te raadplegen. Ik wil wel een bekentenis doen.

Kurt Vonnegut is mijn favoriete schrijver.

Ik zou mij zelfs 'fan' willen noemen. Vonnegut staat voor mij op eenzame hoogte. Uiteraard voel ik de behoefte om u uit te leggen waarom. Misschien zou ik daar ook voor een deel in kunnen slagen, al dan niet na veel moeite, maar daar gaat het mij in dit stukje niet om. Ik waag de poging dus niet, en verwijs geïnteresseerden wederom door naar het internet. U zult zich een beeld kunnen vormen.

Waar gaat het mij dan wel om in dit stukje? Misschien wil ik u alleen, nu hij niet meer bestaat, op het bestaan van Vonnegut wijzen. En de oproep doen om hem te gaan lezen. Hij verdient het. En u ook.

Vonnegut is dood.
Lang leze Vonnegut!

maandag 9 april 2007

uw kip vertrouwt op u

Ruim een half jaar geleden kreeg ik voor mijn verjaardag een adoptiekop cadeau. Het betreffende beest scharrelt vrolijk ergens op een kipvriendelijke boerderij rond, daar heb ik verder gelukkig nooit iets mee te maken gehad. Ik heb wel zes maanden lang elke maand een doosje met zes eieren opgehaald bij de lokale biologisch verantwoorde winkel. Lekker.

Eind maart kreeg ik een brief van Biologica, de ketenorganisatie voor biologische landbouw en voeding. Enkele fragmenten wil ik u niet onthouden.

Betreft: bericht van uw kip

Geachte heer Kager,

Een half jaar lang geniet u al van uw adoptiekip: elke maand lekkere
biologische eieren en kippennieuwtjes, de filmpjes van boer Gied uit Wapse, en de échte kippen op de webcam.
[...]
Uw kip kijkt u verwachtingsvol aan... gaat u met mij door?
[...]
Geen eieren? Adopteer een haan! Als u geen eieren hoeft maar wel mee wilt helpen met echte diervriendelijke pluimveehouderij, dan kunt u nu in plaats van een kip ook een haan adopteren! Dat is echt iets bijzonders, want de 80 miljoen andere kippen in Nederland hebben geen hanenbescherming. Per dertig adoptiekippen is er 1 haan. Door de aanwezigheid van hanen voelen kippen zich veilig en op hun gemak. En die hanen - die hebben natuurlijk een geweldig leven.

Adopteer een kip! Uw kip vertrouwt op u.


Ik weet niet of mijn kip mij verwachtingsvol aankijkt, of erger nog: op mij vertrouwt. Als ik een kip was, zou ik mij zeker niet vertrouwen, net zo min als andere mensen. Maar mocht het zo zijn: ik beschaam het vertrouwen van mijn kip. Het is mooi geweest. Bedankt voor de eitjes, maar ik geef het stokje graag aan iemand door.

Als u zich geroepen voelt: www.adopteereenkip.nl. Het zal uw leven ongetwijfeld verrijken. Anders toch op z'n minst het leven van een kip. Of, voor de cynici onder ons, van een biologische kippenboer.

Overigens heb ik het nooit aangedurfd om de filmpjes van boer Gied uit Wapse te bekijken. Wie weet wat ik heb gemist.

woensdag 4 april 2007

vul de reeks aan

Je hebt iets met cijfertjes of je hebt het niet. Laat ik geen lang betoog schrijven over mijn al dan niet problematische band met cijfers - ik weet niet of ik er vrolijker van zou worden. Laat ik het erop houden dat ik rustig word van cijfertjes. Ik hou van duidelijkheid en overzicht, en van de logica die ik associeer met cijfertjes. Het is een veilige wereld.

Hoe anders dan de echte wereld.

Maar laat ik het even niet over de echte wereld hebben - daar word ik ook niet vrolijker van. Terug naar de cijfertjes.

Mijn blogarchief laat zien dat ik in januari 13 stukjes heb geschreven. Los van de vraag of dit een accurate weergave van de werkelijkheid is, is 13 een mooi getal. Niet zozeer vanwege de ongeluksassociaties, meer vanwege het aantal dagen van januari. In februari schreef ik 8 stukjes, en dat is gezien de kortere duur van de maand misschien niet verwonderlijk. Het is ook niet verwonderlijk dat ik geen 82 stukjes schreef - het omdraaien van getallen is leuk, maar je moet wel realistisch blijven. Maar het toeval wil wel dat ik in maart, opnieuw een maand met 31 dagen, weer 13 stukjes schreef.

Dit soort triviale toevalligheden vind ik leuk.

Ik weet dat het nergens op slaat, maar als ik '13-8-13' zie staan, zie ik een reeks. En als ik een reeks zie, zie ik regelmaat en logica. En daar geniet ik van. Ik weet dat het toeval is, ik weet dat het niets betekent, en ik weet ook dat het al helemaal nergens op zou slaan als ik mijn gedrag op zo'n toevallige reeks zou gaan afstemmen. Maar toch...

Als mijn blogarchief aan het einde van deze maand laat zien dat ik in april 8 stukjes heb geschreven, kan ik u niet beloven dat het slechts toeval is.

donderdag 29 maart 2007

vliegtuig botst bijna op meteoriet

In de middageditie van de e-mailnieuwsbrief van de Volkskrant las ik vanmiddag het volgende bericht:

Vliegtuig botst bijna op meteoriet

ANP
WELLINGTON/NOORDWIJK - Een Chileens passagiersvliegtuig is boven de Stille Zuidzee bijna in aanraking gekomen met een meteoriet. Dat heeft een deskundige van het Europese ruimtevaartagentschap ESA donderdag gezegd naar aanleiding van een bericht in Nieuw-Zeelandse media.

Volgens de piloot van de Airbus maakte het vallende brokstuk een dusdanig lawaai dat de motoren van het vliegtuig niet meer te horen waren. Een gloeiend brokstuk viel op minder dan acht kilometer van zijn toestel uit de hemel. Het toestel, dat afkomstig was uit Santiago, landde vervolgens veilig in Auckland. Volgens ESA is het uit te sluiten dat het om ruimteschroot gaat.

Een curieus bericht.

Niet alleen vanwege de gebeurtenis, al zou een daadwerkelijke voltreffer met recht een 'toevalstreffer' genoemd kunnen worden. Maar ook vanwege de woordkeuze in de kop van het bericht.

Ik associeer 'botsen' met een gebeurtenis waar een bewegend iets of iemand "met een schok aankomt tegen" (Van Dale) iets of iemand anders: boem.

Twee auto's kunnen met elkaar botsen, of twee mensen. Treinen. Vliegtuigen. In mijn beleving zijn de botsende dingen ongeveer van vergelijkbare omvang, of het botsende element is kleiner dan datgene waartegen het aanbotst: een mini kan tegen een vrachtauto aanbotsen, maar een vrachtauto ramt een mini eerder dan dat hij ertegen aanbotst. Maar in het laatste geval zou in ieder geval geen sprake zijn van, zoals Van Dale het zo mooi formuleert, 'het terugspringen van de elkaar treffende voorwerpen', waaraan bij een botsing vaak gedacht wordt.

Het 'boem' moet ook 'ho' zijn.

Daarbij moet volgens mij het botsende voorwerp zelf verantwoordelijk zijn voor de botsing. Ik zou eerder zeggen: 'meteoriet botst bijna op vliegtuig'. Maar gezien het verwachte effect, dat in ieder geval niet zou bestaan uit 'het terugspringen van de elkaar treffende voorwerpen', zou ik nog eerder zeggen: 'vliegtuig wordt bijna geraakt door meteoriet'.

Of: vernietigd. In zekere zin wel 'ho', maar veel erger dan 'boem'.

Overigens vind ik de woordkeuze in de eerste zin van het artikel ook ongelukkig. Het 'in aanraking komen met' dat hier gebruikt wordt, klinkt me nogal onschuldig en ongevaarlijk in de oren. Ik weet niet of contact met een meteoriet zo ongevaarlijk geweest zou zijn voor de inzittenden van het vliegtuig...