Afgelopen zaterdag heb ik de voorstelling 'Thanatorium Shakespeare' van toneelgroep Imperium gezien. Sommige toneelstukken zijn bijzonder, die maak je mee. Andere stukken zijn minder speciaal, maar toch goed te pruimen. Helaas zijn er ook stukken die je alleen maar lijdzaam kan ondergaan, terwijl je denkt 'hoe lang nog?'. Zaterdag was deze laatste categorie van toepassing.
Ik zal er verder geen woorden aan vuil maken.
Jarenlang ben ik nauwelijks naar het theater gegaan. Ik ben niet zo'n theatermens, maar voordat ik jarenlang nauwelijks naar het theater ging, kwam ik met regelmaat in schouwburgen. Ik bezocht cabaretvoorstellingen. Daar genoot ik van. Tot ik zelf aan cabaret ging doen.
Ik heb jarenlang alleen maar met een technisch oog naar cabaretvoorstellingen kunnen kijken. Hoe wordt een grap opgebouwd? Wat voor technieken gebruikt de cabaretier? Hoe houdt hij zijn voorstelling dynamisch? Ik genoot niet van deze voorstellingen, ik was alleen maar kritisch. Gelukkig wordt dat langzamerhand weer minder.
Ik ging niet meer naar cabaretvoorstellingen omdat er niet meer van genoot, maar ook omdat ik bang was om een grap te horen of scène te zien die ik zelf had willen maken. Concurrentie! Ik wil natuurlijk niet weten dat andere mensen ook kunnen wat ik kan. En al helemaal niet dat ze het beter kunnen dan ik.
Maar wees niet bang: dat was jaren geleden.
Inmiddels ben ik een stuk volwassener.
Afgelopen dinsdag stond in de NRC Next een bespreking van het 'Opperlans woordenboek' van Battus. Het langste woord met een 'l' in het midden: 'rookgasontzwavelingsinstallatie'. Het woord 'eindexamen' zegt drie keer hetzelfde: 'eind', 'ex', 'amen'. Het verschijnsel woordmot: de ene helft is Nederlands, de andere Frans, en beide helften betekenen hetzelfde: 'ikje', 'eten', 'pontbrug'.
Zelf mag ik ook af en toe met woorden spelen. Ik wijs u graag op de volgens mij door mij verzonnen gebiedende naamwoorden. Maar ik kan natuurlijk niet met zekerheid zeggen dat ik de enige of eerste ben die ze verzonnen heeft. Misschien was Battus of iemand anders mij voor. Ik hoop dat ik dat nooit te weten kom. Ik wil het 'Opperlans Woordenboek' dan ook zeker niet lezen. Er staan ook vast allemaal dingen in die ik zelf had willen verzinnen. Ik wil het niet weten.
Wat niet weet wat niet deert.
Blissful ignorence.
Zalig zijn de onnozelen van geest.
Het geluk is met de domme.
Etcetera, etcetera
maandag 18 juni 2007
donderdag 14 juni 2007
bijzonder
Eens in de zoveel tijd maak je een concert of theatervoorstelling mee.
Ja, dat wil ik ongeveer beweren. Je maakt het mee. Eens in de zoveel tijd is er een optreden dat anders is dan normaal. Bijzonder. Je gaat wel vaker naar een concerten of naar een voorstelling. En daar geniet je van. Leuke voorstelling, aardig concert. Of niet. Als je pech hebt, valt het tegen. Maar je kiest meestal zelf uit naar wat voor optreden je gaat, dus ik mag hopen dat het meestal meevalt.
Sommige concerten, sommige theatervoorstellingen zijn anders.
Je gaat er niet alleen heen, je ondergaat het niet alleen, maar je maakt het mee. En zeker achteraf kan je zeggen: je mocht het meemaken.
Ik heb dat zelf vooral bij concerten. Ik ben niet zo'n theatermens. Er zijn jaren geweest dat ik zelden in de schouwburg kwam. In die jaren kwam ik des te vaker bij concerten. Popconcerten wel te verstaan - ik ben niet zo'n klassieke-muziekmens. In een theater heb ik misschien maar één keer een voorstelling volledig meegemaakt, en dat was op 9 mei in het Imperiumtheater in Leiden. Maar zoals u wellicht weet, betrof het hier onze opvoering van 'De Asielzoeker'. Ik ben misschien niet de juiste persoon om te zeggen dat dat een bijzondere voorstelling was - ik kan mezelf niet echt onbevooroordeeld noemen.
Maar voor mij was die voorstelling bijzonder. En ik heb 'm niet alleen als regisseur meegemaakt, op 9 mei maakte ik hem ook als publiek mee. Zoals ik ook af en toe een concert heb meegemaakt. Een optreden van Cake op Pinkpop, alle optredens die ik gezien heb van de Tragically Hip, een optreden van de Cords in Atlantis, heel lang geleden, en een optreden van de Treble Spankers ooit, op mijn verjaardag. Frank Black in Paradiso. Het zegt u misschien allemaal niets, maar u zult uw eigen momenten, herinneringen, concerten hebben. Uw eigen optredens die bijzonder waren, werden en nog steeds zijn.
Waarom zijn die optredens bijzonder?
Ik weet niet of ik dat kan uitleggen, ik weet niet of het uit te leggen is. Er zijn in ieder geval enkele belangijke randvoorwaarden: het optreden moet goed zijn, en het publiek enthousiast en geboeid. Maar dat is niet voldoende. Ik heb genoeg goede optredens gezien, met een enthousiast publiek, die ik toch niet als bijzonder zou omschrijven. Er moet een soort wisselwerking tussen de artiest(en) en het publiek zijn: de artiest moet een goed optreden neerzetten, en door de reactie van het publiek moet het optreden nog beter worden. Er moet contact zijn. Misschien, bij gebrek aan betere omschrijving, chemie of magie.
Maar, zoals u zult begrijpen of zelfs verzuchten, dit is een nogal vage omschrijving van een nogal vaag fenomeen. Mijn excuses. Een begenadigd schrijver zal ik nooit worden. Misschien is het trouwens ook een heel persoonlijk fenomeen, en zijn de optredens die ik als bijzonder heb ervaren, door andere mensen als doodnormaal ervaren. Misschien speelt de chemie zich wel helemaal in mijn hoofd af. Het zou zomaar kunnen.
Afgelopen zondag was ik bij een bijzonder concert, en ik maakte het mee. Het was geen concert van een bekende band, er stonden geen wereldberoemde artiesten op het podium. Op het podium stond Boozzz!, een coverband uit Leiden. En misschien ben ik niet de juiste persoon om te zeggen dat hun optreden bijzonder was - ik kan mezelf niet echt onbevooroordeeld noemen. Maar het was een bijzonder optreden. Ik heb het niet alleen ondergaan, ik heb het meegemaakt. En met mij vele anderen. En ik kan nu al zeggen: ik mocht het meemaken.
Max en Martijn (wie kent ze niet) hebben samen met Thijs, Arjan en nieuw bandlid Maarten een geweldig optreden neergezet. Het publiek was laaiend enthousiast. En er was een contact, er was een wisselwerking. Meteen vanaf het eerste nummer, 'Song 2' van Blur, zat het goed. En het werd beter. Een werkelijk adembenemend mooie en indringende versie van 'Welkom Thuis' van Bløf, een gedurfde Red Hot Chili Peppers-medley, nummers van Coldplay en de Police, en -mijn persoonlijke favorieten- briljante vertolkingen van 'Twilight Zone' en 'Radar Love' van de Golden Earring.
Soms is het moeilijk te omschrijven wat een optreden bijzonder maakt. Wat een optreden goed maakt. Ook hier is dat niet precies aan te geven. Het was de kwaliteit van de band, de 'coole' presentatie, de professionele geluidsinstallatie, het grote podium, het enthousiaste publiek. Dat was het allemaal, zeker, maar ongetwijfeld het meest: de zang van Martijn. Ik zeg dit uiteraard niet om Max, Thijs, Arjan en Maarten tekort te doen -zeker niet!-, maar Martijn...
Wat heeft die jongen een geweldige stem, en wat staat hij ontspannen en relaxed te zingen - indrukwekkend! Ik ben geen poprecensent en zou bij een verdere omschrijving alleen maar superlatieven aan elkaar blijven rijgen - ik zal ze u besparen. Maar wat een talent, wat een zanger!
Er zijn veel Martijnen op de wereld. Of Martijns zo u wilt. Nou ja, op de wereld - in ieder geval in Nederland. Een gemeenschappelijke vriendin heeft mij wel eens opgebeld toen ze Martijn de zanger wilde spreken. Ze noemde mij 'de verkeerde Martijn'. Uiteraard vind ik het niet fijn om de verkeerde Martijn genoemd te worden. Maar ik maak graag een uitzondering. En zeker als het over zangkwaliteit gaat, heeft ze helemaal gelijk. Ik ben volledig bereid om dat volmondig te erkennen. Dames en heren, als u wilt genieten van een goede zanger, moet u zeker niet naar mij luisteren. Ik ben de verkeerde Martijn. Ik troost mij met de gedachte dat er nog veel meer verkeerde Martijnen zijn. Of Martijns zo u wilt.
Als u een getalenteerde zanger zoekt, is er maar één goede Martijn.
Hij is goed. Hij is bijzonder. Hij is bijzonder goed.
Zijn naam is Wackers.
Ja, dat wil ik ongeveer beweren. Je maakt het mee. Eens in de zoveel tijd is er een optreden dat anders is dan normaal. Bijzonder. Je gaat wel vaker naar een concerten of naar een voorstelling. En daar geniet je van. Leuke voorstelling, aardig concert. Of niet. Als je pech hebt, valt het tegen. Maar je kiest meestal zelf uit naar wat voor optreden je gaat, dus ik mag hopen dat het meestal meevalt.
Sommige concerten, sommige theatervoorstellingen zijn anders.
Je gaat er niet alleen heen, je ondergaat het niet alleen, maar je maakt het mee. En zeker achteraf kan je zeggen: je mocht het meemaken.
Ik heb dat zelf vooral bij concerten. Ik ben niet zo'n theatermens. Er zijn jaren geweest dat ik zelden in de schouwburg kwam. In die jaren kwam ik des te vaker bij concerten. Popconcerten wel te verstaan - ik ben niet zo'n klassieke-muziekmens. In een theater heb ik misschien maar één keer een voorstelling volledig meegemaakt, en dat was op 9 mei in het Imperiumtheater in Leiden. Maar zoals u wellicht weet, betrof het hier onze opvoering van 'De Asielzoeker'. Ik ben misschien niet de juiste persoon om te zeggen dat dat een bijzondere voorstelling was - ik kan mezelf niet echt onbevooroordeeld noemen.
Maar voor mij was die voorstelling bijzonder. En ik heb 'm niet alleen als regisseur meegemaakt, op 9 mei maakte ik hem ook als publiek mee. Zoals ik ook af en toe een concert heb meegemaakt. Een optreden van Cake op Pinkpop, alle optredens die ik gezien heb van de Tragically Hip, een optreden van de Cords in Atlantis, heel lang geleden, en een optreden van de Treble Spankers ooit, op mijn verjaardag. Frank Black in Paradiso. Het zegt u misschien allemaal niets, maar u zult uw eigen momenten, herinneringen, concerten hebben. Uw eigen optredens die bijzonder waren, werden en nog steeds zijn.
Waarom zijn die optredens bijzonder?
Ik weet niet of ik dat kan uitleggen, ik weet niet of het uit te leggen is. Er zijn in ieder geval enkele belangijke randvoorwaarden: het optreden moet goed zijn, en het publiek enthousiast en geboeid. Maar dat is niet voldoende. Ik heb genoeg goede optredens gezien, met een enthousiast publiek, die ik toch niet als bijzonder zou omschrijven. Er moet een soort wisselwerking tussen de artiest(en) en het publiek zijn: de artiest moet een goed optreden neerzetten, en door de reactie van het publiek moet het optreden nog beter worden. Er moet contact zijn. Misschien, bij gebrek aan betere omschrijving, chemie of magie.
Maar, zoals u zult begrijpen of zelfs verzuchten, dit is een nogal vage omschrijving van een nogal vaag fenomeen. Mijn excuses. Een begenadigd schrijver zal ik nooit worden. Misschien is het trouwens ook een heel persoonlijk fenomeen, en zijn de optredens die ik als bijzonder heb ervaren, door andere mensen als doodnormaal ervaren. Misschien speelt de chemie zich wel helemaal in mijn hoofd af. Het zou zomaar kunnen.
Afgelopen zondag was ik bij een bijzonder concert, en ik maakte het mee. Het was geen concert van een bekende band, er stonden geen wereldberoemde artiesten op het podium. Op het podium stond Boozzz!, een coverband uit Leiden. En misschien ben ik niet de juiste persoon om te zeggen dat hun optreden bijzonder was - ik kan mezelf niet echt onbevooroordeeld noemen. Maar het was een bijzonder optreden. Ik heb het niet alleen ondergaan, ik heb het meegemaakt. En met mij vele anderen. En ik kan nu al zeggen: ik mocht het meemaken.
Max en Martijn (wie kent ze niet) hebben samen met Thijs, Arjan en nieuw bandlid Maarten een geweldig optreden neergezet. Het publiek was laaiend enthousiast. En er was een contact, er was een wisselwerking. Meteen vanaf het eerste nummer, 'Song 2' van Blur, zat het goed. En het werd beter. Een werkelijk adembenemend mooie en indringende versie van 'Welkom Thuis' van Bløf, een gedurfde Red Hot Chili Peppers-medley, nummers van Coldplay en de Police, en -mijn persoonlijke favorieten- briljante vertolkingen van 'Twilight Zone' en 'Radar Love' van de Golden Earring.
Soms is het moeilijk te omschrijven wat een optreden bijzonder maakt. Wat een optreden goed maakt. Ook hier is dat niet precies aan te geven. Het was de kwaliteit van de band, de 'coole' presentatie, de professionele geluidsinstallatie, het grote podium, het enthousiaste publiek. Dat was het allemaal, zeker, maar ongetwijfeld het meest: de zang van Martijn. Ik zeg dit uiteraard niet om Max, Thijs, Arjan en Maarten tekort te doen -zeker niet!-, maar Martijn...
Wat heeft die jongen een geweldige stem, en wat staat hij ontspannen en relaxed te zingen - indrukwekkend! Ik ben geen poprecensent en zou bij een verdere omschrijving alleen maar superlatieven aan elkaar blijven rijgen - ik zal ze u besparen. Maar wat een talent, wat een zanger!
Er zijn veel Martijnen op de wereld. Of Martijns zo u wilt. Nou ja, op de wereld - in ieder geval in Nederland. Een gemeenschappelijke vriendin heeft mij wel eens opgebeld toen ze Martijn de zanger wilde spreken. Ze noemde mij 'de verkeerde Martijn'. Uiteraard vind ik het niet fijn om de verkeerde Martijn genoemd te worden. Maar ik maak graag een uitzondering. En zeker als het over zangkwaliteit gaat, heeft ze helemaal gelijk. Ik ben volledig bereid om dat volmondig te erkennen. Dames en heren, als u wilt genieten van een goede zanger, moet u zeker niet naar mij luisteren. Ik ben de verkeerde Martijn. Ik troost mij met de gedachte dat er nog veel meer verkeerde Martijnen zijn. Of Martijns zo u wilt.
Als u een getalenteerde zanger zoekt, is er maar één goede Martijn.
Hij is goed. Hij is bijzonder. Hij is bijzonder goed.
Zijn naam is Wackers.
zaterdag 9 juni 2007
overal schijt aan
Er zijn mensen die overal schijt aan hebben.
Aan wat andere mensen van ze denken. Aan wat sociaal geaccepteerd is. Of aan wat wettelijk geaccepteerd is. Er zijn mensen die schijt hebben aan het milieu, aan hun ouders, aan hun collega's, aan mensen in het algemeen.
Ik niet.
Soms vind ik het jammer dat ik nergens schijt aan heb. Het zou het leven zoveel makkelijker maken. Lekker overal schijt aan hebben. Heerlijk. Gewoon je eigen gang gaan, zonder je druk te maken over wat anderen daarvan vinden. Geweldig. Volgens mij kan je veel bereiken als je overal schijt aan hebt. Des te meer schijt aan des te meer dingen, des te beter.
Mensen die aan veel dingen schijt hebben, kunnen zich concentreren op wat ze zelf willen. Ze sluiten zich af voor afwijkende meningen en gaan hun eigen gang. Wetenschappers, schrijvers, mensen die op welk gebied dan ook de top willen bereiken, moeten volgens mij aan flink wat dingen een flinke hoeveelheid schijt hebben.
Ik heb dat niet.
Soms mis ik dat. Soms ben ik bang dat ik op geen enkel gebied een top zal bereiken, omdat ik zo weinig schijt aan dingen heb. Maar ik vind mensen en hun meningen wel belangrijk. Ik wil sociaal geaccepteerd zijn, en ook wettelijk. En soms vind ik zelfs het milieu belangrijk.
Mijn schijt-aan-gebrek beperkt mij ongetwijfeld op een hoop gebieden. Het is niet anders. Ik ben niet anders. Ik probeer aan zo min mogelijk dingen schijt te hebben. Ik hou niet van stront aan de knikker. Of aan andere dingen. Af en toe zou ik willen dat andere mensen ook minder schijt aan dingen zouden hebben. Het zou de wereld een stuk frisser maken. Ik zeg maar zo: als je overal schijt aan hebt, is het tijd om schoon te maken.
Aan wat andere mensen van ze denken. Aan wat sociaal geaccepteerd is. Of aan wat wettelijk geaccepteerd is. Er zijn mensen die schijt hebben aan het milieu, aan hun ouders, aan hun collega's, aan mensen in het algemeen.
Ik niet.
Soms vind ik het jammer dat ik nergens schijt aan heb. Het zou het leven zoveel makkelijker maken. Lekker overal schijt aan hebben. Heerlijk. Gewoon je eigen gang gaan, zonder je druk te maken over wat anderen daarvan vinden. Geweldig. Volgens mij kan je veel bereiken als je overal schijt aan hebt. Des te meer schijt aan des te meer dingen, des te beter.
Mensen die aan veel dingen schijt hebben, kunnen zich concentreren op wat ze zelf willen. Ze sluiten zich af voor afwijkende meningen en gaan hun eigen gang. Wetenschappers, schrijvers, mensen die op welk gebied dan ook de top willen bereiken, moeten volgens mij aan flink wat dingen een flinke hoeveelheid schijt hebben.
Ik heb dat niet.
Soms mis ik dat. Soms ben ik bang dat ik op geen enkel gebied een top zal bereiken, omdat ik zo weinig schijt aan dingen heb. Maar ik vind mensen en hun meningen wel belangrijk. Ik wil sociaal geaccepteerd zijn, en ook wettelijk. En soms vind ik zelfs het milieu belangrijk.
Mijn schijt-aan-gebrek beperkt mij ongetwijfeld op een hoop gebieden. Het is niet anders. Ik ben niet anders. Ik probeer aan zo min mogelijk dingen schijt te hebben. Ik hou niet van stront aan de knikker. Of aan andere dingen. Af en toe zou ik willen dat andere mensen ook minder schijt aan dingen zouden hebben. Het zou de wereld een stuk frisser maken. Ik zeg maar zo: als je overal schijt aan hebt, is het tijd om schoon te maken.
dinsdag 5 juni 2007
geen spat veranderd
Ik herkende je meteen.
Geen spat veranderd.
Je ziet er nog precies zo uit als tien jaar geleden.
Het mogen welgemeende en goedbedoelde uitspraken zijn, bovenstaande, maar hebben ze ook niet iets treurigs? Mag je jezelf gelukkig prijzen als je niet verandert in tien jaar tijd? Of elke andere willekeurige tijdspanne van redelijke omvang?
Goed, ik geef het toe: vanaf een bepaalde leeftijd mag je het zeker als compliment opvatten als iemand je zegt dat je uiterlijk niet veel veranderd bent. Het is misschien lullig om tegen iemand van vijftien te zeggen dat hij er nog precies uitziet zoals tien jaar geleden. Of tegen iemand van vijfentwintig. Maar iemand van vijfendertig zal misschien blij zijn met zo'n opmerking, en iemand van vijfenveertig helemaal. Om nog maar te zwijgen van oudere mensen. Waar soms überhaupt maar beter over gezwegen kan worden, maar dit terzijde, en niet naar ieders mening.
Maar lieve mensen, het gaat natuurlijk niet om ons uiterlijk. Zoals cabaretgroep Niet Schieten! in het nummer 'Strakke truitjes' al vertwijfeld uitroept: het gaat toch om ons karakter!
Ik hoop dat ik in de afgelopen tien jaar wel degelijk veranderd ben.
Ik hoop dat alle mensen in tien jaar tijd veranderen. Hele oude mensen misschien niet, maar jonge mensen zeker. Ik hoop voor iedereen dat hij of zij op zijn of haar vijftiende heel anders is dan op zijn of haar vijfde. En op vijfentwintig anders dan vijftien. En op vijfendertig anders dan op vijfentwintig. Enzovoorts.
Afgelopen weekend sprak ik met een ouder mens, de vader van een goede vriend. Hij vroeg mij wat ik tegenwoordig deed. Ik studeer. Nog steeds. Hij vroeg mij wat mijn toekomstplannen waren. Ik weet het niet. Nog steeds niet. Misschien ben ik in de afgelopen tien jaar veranderd, maar op dat gebied niet. Ik twijfel. Ik ben een twijfelaar. Ik vind het leuk om mijn tijd te besteden aan veel verschillende dingen, maar ik vind weinig dingen zo leuk dat ik er veel tijd aan wil besteden. Ik vind genoeg leuk, maar niet(s) leuk genoeg.
Misschien twijfel ik omdat ik een Weegschaal ben. Maar ik heb een jongeman (die ik overigens niet ken, maar die tien jaar geleden ongetwijfeld heel anders was) ongeveer een maand geleden, op bevrijdingspop in Haarlem horen zeggen dat Weegschalen niet in astrologie geloven. Ik weet niet of ik het met hem eens moet zijn.
Ik weet ook niet of ik het over mezelf eens ben.
Laat ik het erop houden dat ik twijfel.
Geen spat veranderd.
Je ziet er nog precies zo uit als tien jaar geleden.
Het mogen welgemeende en goedbedoelde uitspraken zijn, bovenstaande, maar hebben ze ook niet iets treurigs? Mag je jezelf gelukkig prijzen als je niet verandert in tien jaar tijd? Of elke andere willekeurige tijdspanne van redelijke omvang?
Goed, ik geef het toe: vanaf een bepaalde leeftijd mag je het zeker als compliment opvatten als iemand je zegt dat je uiterlijk niet veel veranderd bent. Het is misschien lullig om tegen iemand van vijftien te zeggen dat hij er nog precies uitziet zoals tien jaar geleden. Of tegen iemand van vijfentwintig. Maar iemand van vijfendertig zal misschien blij zijn met zo'n opmerking, en iemand van vijfenveertig helemaal. Om nog maar te zwijgen van oudere mensen. Waar soms überhaupt maar beter over gezwegen kan worden, maar dit terzijde, en niet naar ieders mening.
Maar lieve mensen, het gaat natuurlijk niet om ons uiterlijk. Zoals cabaretgroep Niet Schieten! in het nummer 'Strakke truitjes' al vertwijfeld uitroept: het gaat toch om ons karakter!
Ik hoop dat ik in de afgelopen tien jaar wel degelijk veranderd ben.
Ik hoop dat alle mensen in tien jaar tijd veranderen. Hele oude mensen misschien niet, maar jonge mensen zeker. Ik hoop voor iedereen dat hij of zij op zijn of haar vijftiende heel anders is dan op zijn of haar vijfde. En op vijfentwintig anders dan vijftien. En op vijfendertig anders dan op vijfentwintig. Enzovoorts.
Afgelopen weekend sprak ik met een ouder mens, de vader van een goede vriend. Hij vroeg mij wat ik tegenwoordig deed. Ik studeer. Nog steeds. Hij vroeg mij wat mijn toekomstplannen waren. Ik weet het niet. Nog steeds niet. Misschien ben ik in de afgelopen tien jaar veranderd, maar op dat gebied niet. Ik twijfel. Ik ben een twijfelaar. Ik vind het leuk om mijn tijd te besteden aan veel verschillende dingen, maar ik vind weinig dingen zo leuk dat ik er veel tijd aan wil besteden. Ik vind genoeg leuk, maar niet(s) leuk genoeg.
Misschien twijfel ik omdat ik een Weegschaal ben. Maar ik heb een jongeman (die ik overigens niet ken, maar die tien jaar geleden ongetwijfeld heel anders was) ongeveer een maand geleden, op bevrijdingspop in Haarlem horen zeggen dat Weegschalen niet in astrologie geloven. Ik weet niet of ik het met hem eens moet zijn.
Ik weet ook niet of ik het over mezelf eens ben.
Laat ik het erop houden dat ik twijfel.
zondag 3 juni 2007
niet doen alsof
En schreef Shakespeare niet al "All the world's a stage..."?
Ja, dat schreef hij al.
Mensen zijn alleen maar acteurs op het grote toneel dat wereld heet.
Als ik naar mezelf kijk, speel ik op mijn werk dat ik administrateur ben. Op de universiteit speel ik dat ik student ben. Bij toneelrepetities speelde ik dat ik regisseur was. Bij vrienden speel ik dat ik een vriend ben. Enzovoorts.
Het is niet prettig om op deze manier naar jezelf te kijken.
Want wat blijft er van jezelf over? Als je alleen maar een acteur bent...
Het is wellicht confronterend om jezelf als acteur te beschouwen. Wat is er dan nog echt? Het geruststellende antwoord dat ik mijzelf geef: alles. Acteren is niet doen alsof. Acteren is zo echt als maar zijn kan. Ik ben echt een administrateur, ik ben echt een student, ik doe niet alsof. Wellicht mag ik mezelf ook echt regisseur noemen. En een echte vriend. Maar die laatste oordelen laat ik graag aan anderen over.
Het kan goed zijn om jezelf in al dan niet beperkte mate bewust te zijn van de rollen die je speelt. Ik ben administrateur, maar dat is niet alles wat ik ben. Gelukkig niet. Gelukkig kan ik het belang van mijn werk relativeren. Je zou de mensen de kost moeten geven die dat niet kunnen.
Ik ben blij met de rollen die ik mag spelen in het leven. In alle rollen probeer ik niet te doen alsof. Ik heb een hekel aan mensen die doen alsof. Die een rol spelen zonder in de rol te geloven, zonder zich in te leven, zonder zich 100% in te zetten. Als je doet alsof ben je geen goede acteur, geen echte acteur, geen goed mens, geen echt mens. Doe alsjeblieft niet alsof. In ieder geval niet als je met andere mensen te maken hebt.
Ik hoop dat ik niet al te vaak doe alsof. En als ik het doe, laat het dan zijn in mijn werk. Ik zou er vrede mee kunnen hebben als mensen van mij denken dat ik maar doe alsof ik administrateur ben.
Daar kan ik mee leven.
Ja, dat schreef hij al.
Mensen zijn alleen maar acteurs op het grote toneel dat wereld heet.
Als ik naar mezelf kijk, speel ik op mijn werk dat ik administrateur ben. Op de universiteit speel ik dat ik student ben. Bij toneelrepetities speelde ik dat ik regisseur was. Bij vrienden speel ik dat ik een vriend ben. Enzovoorts.
Het is niet prettig om op deze manier naar jezelf te kijken.
Want wat blijft er van jezelf over? Als je alleen maar een acteur bent...
Het is wellicht confronterend om jezelf als acteur te beschouwen. Wat is er dan nog echt? Het geruststellende antwoord dat ik mijzelf geef: alles. Acteren is niet doen alsof. Acteren is zo echt als maar zijn kan. Ik ben echt een administrateur, ik ben echt een student, ik doe niet alsof. Wellicht mag ik mezelf ook echt regisseur noemen. En een echte vriend. Maar die laatste oordelen laat ik graag aan anderen over.
Het kan goed zijn om jezelf in al dan niet beperkte mate bewust te zijn van de rollen die je speelt. Ik ben administrateur, maar dat is niet alles wat ik ben. Gelukkig niet. Gelukkig kan ik het belang van mijn werk relativeren. Je zou de mensen de kost moeten geven die dat niet kunnen.
Ik ben blij met de rollen die ik mag spelen in het leven. In alle rollen probeer ik niet te doen alsof. Ik heb een hekel aan mensen die doen alsof. Die een rol spelen zonder in de rol te geloven, zonder zich in te leven, zonder zich 100% in te zetten. Als je doet alsof ben je geen goede acteur, geen echte acteur, geen goed mens, geen echt mens. Doe alsjeblieft niet alsof. In ieder geval niet als je met andere mensen te maken hebt.
Ik hoop dat ik niet al te vaak doe alsof. En als ik het doe, laat het dan zijn in mijn werk. Ik zou er vrede mee kunnen hebben als mensen van mij denken dat ik maar doe alsof ik administrateur ben.
Daar kan ik mee leven.
Abonneren op:
Posts (Atom)