Afgelopen zaterdag heb ik de voorstelling 'Thanatorium Shakespeare' van toneelgroep Imperium gezien. Sommige toneelstukken zijn bijzonder, die maak je mee. Andere stukken zijn minder speciaal, maar toch goed te pruimen. Helaas zijn er ook stukken die je alleen maar lijdzaam kan ondergaan, terwijl je denkt 'hoe lang nog?'. Zaterdag was deze laatste categorie van toepassing.
Ik zal er verder geen woorden aan vuil maken.
Jarenlang ben ik nauwelijks naar het theater gegaan. Ik ben niet zo'n theatermens, maar voordat ik jarenlang nauwelijks naar het theater ging, kwam ik met regelmaat in schouwburgen. Ik bezocht cabaretvoorstellingen. Daar genoot ik van. Tot ik zelf aan cabaret ging doen.
Ik heb jarenlang alleen maar met een technisch oog naar cabaretvoorstellingen kunnen kijken. Hoe wordt een grap opgebouwd? Wat voor technieken gebruikt de cabaretier? Hoe houdt hij zijn voorstelling dynamisch? Ik genoot niet van deze voorstellingen, ik was alleen maar kritisch. Gelukkig wordt dat langzamerhand weer minder.
Ik ging niet meer naar cabaretvoorstellingen omdat er niet meer van genoot, maar ook omdat ik bang was om een grap te horen of scène te zien die ik zelf had willen maken. Concurrentie! Ik wil natuurlijk niet weten dat andere mensen ook kunnen wat ik kan. En al helemaal niet dat ze het beter kunnen dan ik.
Maar wees niet bang: dat was jaren geleden.
Inmiddels ben ik een stuk volwassener.
Afgelopen dinsdag stond in de NRC Next een bespreking van het 'Opperlans woordenboek' van Battus. Het langste woord met een 'l' in het midden: 'rookgasontzwavelingsinstallatie'. Het woord 'eindexamen' zegt drie keer hetzelfde: 'eind', 'ex', 'amen'. Het verschijnsel woordmot: de ene helft is Nederlands, de andere Frans, en beide helften betekenen hetzelfde: 'ikje', 'eten', 'pontbrug'.
Zelf mag ik ook af en toe met woorden spelen. Ik wijs u graag op de volgens mij door mij verzonnen gebiedende naamwoorden. Maar ik kan natuurlijk niet met zekerheid zeggen dat ik de enige of eerste ben die ze verzonnen heeft. Misschien was Battus of iemand anders mij voor. Ik hoop dat ik dat nooit te weten kom. Ik wil het 'Opperlans Woordenboek' dan ook zeker niet lezen. Er staan ook vast allemaal dingen in die ik zelf had willen verzinnen. Ik wil het niet weten.
Wat niet weet wat niet deert.
Blissful ignorence.
Zalig zijn de onnozelen van geest.
Het geluk is met de domme.
Etcetera, etcetera
maandag 18 juni 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten