Maar daar wil ik het niet over hebben.
Grunbergs hoofdpersoon, Christian Beck, is een vreemde man. Ik wees u in een eerder bericht al op zijn onconventionele levenshouding (participeren in plaats van kijken), en op een parallel met een liedtekst van De Kift.
Ik ga op herhaling.
Christian Beck heeft een relatie met zijn vriendin, de vogel. Maar hij heeft geen seks meer met haar. Zijn verklaring hiervoor:
...ze is niet alleen mijn vrouw, maar ook mijn kind, en mijn zus, mijn beste vriendin, mijn buurvrouw, mijn vage kennis, mijn moeder, mijn tante, noem maar op. Mijn binnenhuisarchitect, mijn vijand, mijn collega...
De vogel is alles voor hem. En het enige. Hij kan haar niet meer alleen als zijn vrouw zien, en mede daardoor raakt hij haar kwijt. Beck ziet zijn fout pas in als het te laat is. Zelfs na haar dood is de vogel eigenlijk het enige wat hij nog heeft. En dat is natuurlijk niet veel meer. Arme Beck.
In 'Tot Slot', een lied op de laatste cd van De Kift ('7' uit 2006, zie ook het nummer 'Goud'), is ook sprake van een situatie waarin iemand een voor hem belangrijke vrouw anders bekijkt dan zij is of was. De gevolgen zijn in dit geval echter niet dramatisch. Geen vervreemding, maar juist toenadering. Tot ver na de dood van de vrouw, zelfs tot na de dood van de 'ik'.
De tekst is gebaseerd op een gedicht van Boris Ryzji (1974-2001), vertaald door Anne Stoffel.
Tot slot
Ik begreep dat je niet mijn moeder was,
maar mijn dochter, nu houd ik je stevig vast
en over je hoofd heen kijk ik ver
uit het raam naar daar waar ik jaren her
als snotneus rondhing, met om me heen
het gajes - en toch was ik altijd alleen,
waar ik heimelijk rookte in de wind,
je enige zoon, je geliefde kind.
Ik hoef je alleen maar steviger vast
te houden, ik moet je niet loslaten straks
in dromenland, bij regen en mist
de enige die van mijn onschuld wist.
En wanneer je moest huilen in de nacht
heb ik in gedachten mijn handen zacht
op je schouders gelegd en tot slot erkend
dat je niet mijn moeder, maar mijn dochter bent.
En later, veel later komt er een tijd
dat je niet in zwart-wit, maar in kleur met mij -
niet op foto's, maar in de werkelijkheid -
precies zo omstrengeld zult staan, waarbij
je rimpels verdwijnen en je weer kind
zult worden - een kind in de wind
met een wapperend lint van rood satijn.
...Als jij niet meer bent, als ik dood zal zijn.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten